Dichteressen aan de frontlinie

Verslaggevers vind je overal, zelfs in de frontlinie van oorlogen waar de echte gevechten plaatsvinden. Tegenwoordig hebben die verslaggevers vaak een camera(ploeg) bij zich. Maar vroeger konden ze alleen beschrijven wat ze gezien hadden.

In Wereldoorlog I (1914-1918) waren veel van deze verslaggevers dichters, camera’s waren er nog nauwelijks. Ze worden ook wel de war poets [= oorlogsdichters] genoemd. Pas sinds kort weten we dat toen ook veel vrouwen aan de frontlinie gedichten schreven.  Leo van Bergen die als medicus historicus onderzoek doet naar de geschiedenis van de medische zorg, verzamelde en vertaalde de gedichten van die dichteressen die vol met beelden blijken te staan. Waarom zoveel beelden?

Wil je eerst wat (zeldzame) foto’s van de frontlinie in Wereldoorlog I zien, kijk dan hier.

‘Ik zie hun bleke gezichten, hun blik van lichte wantrouw,

Ik hoor hun bittere jammeren, hun diepe ademnood,

Het luide weeklagen door pijn, zorgen en rouw,

En denk aan de beelden en geuren van bloed en dood.’

Deze dichtregels noteerde de Britse schrijfster Vera Brittain (1893-1970) tijdens de Eerste Wereldoorlog, kort nadat ze haar studie Engelse literatuur in Oxford had onderbroken om zich aan te melden als vrijwillig verpleegkundige. De oorlog beroofde haar van haar verloofde, haar broer en haar beste vriend, maar haar gedicht ‘The German Ward’, waaruit de regels komen, gaat over de Duitse krijgsgevangenen [= soldaten die in handen zijn gevallen van de vijand] die Brittain verzorgde.

Schrijver en medisch historicus Leo van Bergen (1959) kwam de tekst in de jaren negentig tegen, toen hij bezig was met onderzoek. ‘Ik kijk bij onderzoek niet alleen naar archieven en krantenartikelen, maar gebruik ook literatuur als historische bron. Literatuur is een andere waarheid, maar het is wel degelijk ook een waarheid.’

De Eerste Wereldoorlog wordt ook wel ‘de literaire oorlog’ genoemd. Van Bergen: ‘Voor het eerst gingen ook schrijvers en dichters onder de wapenen. Voor die tijd had een land als Engeland alleen een klein beroepsleger. Nu waren er heel veel soldaten nodig en werd de dienstplicht ingevoerd. Dat betekende dat ook schrijvende mannen zich op het slagveld begaven. En schrijvende vrouwen dus, als verpleegster of verzorgster.’

‘Maar je zag ook dat mensen gingen schrijven die dat daarvoor nog nooit hadden gedaan. De enige manier waarop mensen hun gevoelens konden uiten, wás via het geschreven woord. In de Tweede Wereldoorlog waren film en foto al veel verder ontwikkeld, sommige soldaten hadden een pocketcameraatje bij zich, dat bestond in de Eerste Wereldoorlog nog niet.’

Uit: De Volkskrant, 29 februari 2021 (fragment)

Opdrachten

We gaan eerst na of je belangrijke woorden uit dit fragment kent. En begrijpt welk verband de journalist legt tussen oorlog en poëzie schrijven.

  1. Ken je de volgende begrippen/woorden die in de tekst worden genoemd? Zoek ze anders op.
    1. Historische bron
    2. Pocketcameraatje
    3. onder de wapenen
  1. Het interview met Leo van Bergen begint met een gedicht van Vera Brittain: ‘Ik zie hun bleke gezichten…’. Naar wie verwijst ‘hun’ in dit gedicht precies? En ‘ik’?
  1. Waarom wordt de Eerste Wereldoorlog wel ‘de literaire oorlog’ genoemd? Leo van Bergen noemt twee redenen. Noteer ze allebei.

 

Feedback

Staaltjes_respons