Klimaatromans

De laatste jaren worden er steeds meer zogenoemde klimaatromans geschreven. Dat zijn romans waarin de klimaatcrisis een grote rol speelt. Een eerste voorbeeld hiervan is Weerwater van Renate Dorrestein. Daarin lees je hoe de wereld is vergaan, alleen Almere is nog over. Er blijken nog paar duizend mensen over, maar na een aantal jaar zijn er nog steeds geen kinderen geboren. Hoe blijven ze bestaan zonder baby’s? En wat kunnen ze eraan doen dat het steeds warmer wordt in de stad? Een tweede voorbeeld: De grote ramp van Patrick Lagrou. In het Caribische gebied en langs de hele oostkust van Amerika wordt vrijwel iedereen gedood door een superorkaan. Tot de weinige overlevenden behoren Victoria en haar broertje en zusje. Ze weten Europa te bereiken, zullen ze daar een nog grotere ramp treffen?

In deze oefening duik je in het hoofd van een schrijver, Jan-Willem Anker. Zijn stelling is dat het veel gemakkelijker is om non-fictie (een krantenartikel bijvoorbeeld) dan fictie (zo’n roman) over de klimaatcrisis te schrijven. Toch wordt er steeds meer fictie over die klimaatcrisis geschreven in Nederland. Hoe doen die schrijvers dat, en waarom?

Wil je eerst iets meer over de klimaatcrisis weten voordat je aan het Staaltje begint, luister dan deze podcast KlimaatPraat over opwarming van de aarde van weerman Reinier van den Berg.

De Amerikaan Joe Hovde las in juli 2020 alle songteksten albums van Taylor Swift om te zien hoe vaak deze Amerikaans daarin vloekt. Hovde vond iets interessants, zoals je in deze grafiek ziet:

Residual Thoughts, Joe Hovde, juli 2020.

Hovde zag meer vloeken in haar laatste album, en deed een oproep aan Taylor Swift: “Taylor, if you’re reading this, get at me on twitter and let me know.” Taylor Swift reageerde niet op Twitter, maar in de show Jimmy Kimmel Live!. Ze was meer vloeken gaan gebruiken vanwege de pandemie, legde ze uit.

Songteksten en andere non-fictie teksten staan dus in verband met wat er in de wereld gebeurt. Zelfs als schrijvers dat zelf niet doorhebben. Taylor Swift zei er niet bij dat ze bewust meer was gaan vloeken.

De Nederlandse auteur Jan-Willem Anker legt in dit krantenartikel wel uit hoe hij bewust probeerde een roman te schrijven over wat er in de wereld nu gebeurt: de klimaatcrisis. Hij vond het knap lastig:

Ik heb veel nagedacht over de vraag hoe klimaatliteratuur van mijn hand eruit zou kunnen zien. Met elk warmterecord dat verbroken werd, voelde ik de noodzaak des te heviger. Ik vond het vreselijk moeilijk. In Nederland waren er ook nauwelijks voorbeelden te vinden. Uiteraard is er wel klimaatfictie, ook wel cli-fi genoemd, maar die is vooral Engelstalig.

De enige Nederlandse romans die ik zou kunnen noemen zijn van zeer recente datum: Het tegenovergestelde van een mens, het prozadebuut (2017) van Lieke Marsman; en Onder het ijs (2018), het debuut van Ellen de Bruin. Wie met een klimaatbril op de Nederlandse literatuur beschouwt, moet wel concluderen dat het gros van de Nederlandse romans volkomen irrelevant is. Je gaat van de weeromstuit denken aan het citaat van Heinrich Heine: Als er weer een zondvloed losbreekt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar later.

Het duurde tot eind 2015 voor ik de opwarming van het klimaat in een roman begon te verwerken, mijn tweede roman getiteld Vichy, die in 2017 verschenen is. Maar het is zeer de vraag of ik erin geslaagd ben zoiets als een klimaatroman te maken. Tijdens het schrijven van Vichy heb ik gemerkt dat schrijven over klimaatopwarming erg moeilijk is. Ik zal proberen uit te leggen waarom.

Cli-ficlichés

Allereerst vond ik het belangrijk weg te blijven bij de cli-ficlichés die ik vooral van films kende. Ik wilde recht doen aan de ervaring van iemand die bezig is zijn leven te leiden terwijl klimaatopwarming plaatsvindt. Dat betekende: geen rampen, geen Noordpool, geen toekomstverhaal over een Nederland dat volledig ondergelopen is, geen heroïsch avontuur. Integendeel, mijn roman moest zeer alledaags worden. In mijn opvatting van het leven blijft de menselijke komedie (of tragedie, zo je wilt) zich voltrekken, hoe warm of hoe nat het ook wordt.

Vichy draait om Elmar, een wat zoekende figuur die zijn Frans wil opvijzelen in Frankrijk om docent te worden op een middelbare school. Maar eigenlijk wil hij nog even de vrijheid vieren van de vrijgezelle man die hij al lang niet meer is. Zijn vriendin is zwanger. Ze staan op het punt een gezin te stichten. Maar als Elmar in Vichy aankomt, zucht de stad onder een ongekende droogte. Dat is trouwens geen verzinsel. Toen ik zelf in 2015 in Vichy was, beleefde Frankrijk zijn droogste zomer sinds 1959.

De droogte verbind ik de hele roman door aan de opwarming van het klimaat. Toch fungeert deze grotendeels als achtergrond. Hiermee raak ik aan een fundamenteel probleem van klimaatfictie. Schrijvers schrijven eigenlijk altijd over mensen, met hooguit (andere) dieren in een bijrol. En die mensen bevinden zich op een bepaalde plek. De ruimte vormt doorgaans een achtergrond waartegen de gebeurtenissen zich afspelen. De ‘natuur’, hoe deze zich ook manifesteert, is geen handelende instantie. En het weer is een sfeermaker. Personages worden door hun omgeving gedragen, deze grijpt niet in. Als dit toch gebeurt, dan vinden we dat al snel onnatuurlijk, geforceerd.

Maar bij klimaatverandering gaat de ruimte zelf meespelen! Het podium begint te schommelen: rivieren die overstromen, dijken die doorbreken, dieren in een bijrol. En die mensen bevinden zich op een bepaalde plek.

De ruimte vormt doorgaans een achtergrond waartegen de gebeurtenissen zich afspelen. De ‘natuur’, hoe deze zich ook manifesteert, is geen handelende instantie. En het weer is een sfeermaker. Personages worden door hun omgeving gedragen, deze grijpt niet in. Als dit toch gebeurt, d branden die grote gebieden in de as leggen. Maar het personifiëren van een rivier lijkt me nog steeds eerder iets voor andere genres zoals fantasy […].

Een ander probleem is humor. Een hoge mate van hilariteit beheerst het leven van Elmar, die ik neerzet als een lulletje-rozenwater. Ook hiermee blijf ik weg van het cli-figenre dat naar zijn aard nogal waarschuwend is en aansluit bij de verontrustende berichtgeving waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Wat ik niet wilde was een indirect leerstuk, met als subtekst: ‘Beter je leven, lezer, anders loopt het verkeerd met ons af!’

De alledaagsheid waarover ik eerder sprak, leverde tot slot nog een ander struikelblok op. […] Om dat te begrijpen hoef je alleen maar te denken aan wat in een roman allemaal niet gezegd wordt. Elke zin is een aandachtsrichter. Wie is de hele dag met klimaatopwarming bezig? Zelfs een klimaatwetenschapper neemt niet elke dag zijn werk mee naar huis. Je zou er mal van worden.

In dit opzicht biedt mijn roman een schoolvoorbeeld van “je weet ervan, je bent je er bewust van, maar je doet zoveel mogelijk alsof er niks aan de hand is”. Makkelijk zat. Onze dagen zijn samengesteld uit van alles en nog wat: praktische bezigheden, nutteloze handelingen, gedachten, twijfels, verlangens en fantasieën. Hieraan heb ik behoorlijk veel taal gewijd in Vichy. Dat leidt natuurlijk vreselijk af. Had ik mijn Elmar dan niet toch klimaatwetenschap als hobby moeten geven? Maar klimaatopwarming treft iedereen, evengoed als je niet deskundig bent of als je er niets van wilt weten.

Non-fictie

Is klimaat dan toch niet een beter onderwerp voor non-fictie? […] Grof gezegd tast non-fictie het bestaande af en is fictie een verbeelding van mogelijkheden. Een klimaatroman heeft dus wel degelijk veel te bieden. Essayist Fiep van Bodegom beweerde vorig jaar dat zo’n roman een verlangen moet opwekken dat ‘op een of andere manier met het voortbestaan van de wereld’ samenvalt. Ik vind dat een mooie gedachte […]. Maar welke wereld moet voortbestaan? […] Wie zijn wij en wie willen wij zijn terwijl onze wereld ingrijpend verandert? Dat zijn allemaal vragen die we met behulp van de literatuur zouden kunnen beantwoorden, al was het maar voor een deel.

Bron: ingekort fragment van

We gaan eerst na of je belangrijke woorden uit dit fragment kent. En begrijpt welk verband de schrijver legt tussen de klimaatcrisis en over schrijven over de klimaatcrisis in een roman.

  1. Ken je de volgende begrippen/woorden die in de tekst worden genoemd? Zoek ze anders op.
    • weeromstuit
    • clichés
    • recht doen aan
    • heroïsch
    • handelende instantie
    • sfeermaker
    • hilariteit
  1. Wat zijn de drie redenen die het volgens Jan Willem Anker moeilijk maken om een roman over de klimaatcrisis te schrijven? Noteer ze alledrie.

Feedback

Staaltjes_respons