Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Voor docenten

In deze proef lezen leerlingen fragmenten uit verschillende klimaatromans, waaronder Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman. Over deze roman bieden we ook een leesclub aan. Deze proef biedt een uitstekende voorbereiding op leesclub 14.

Voor meer informatie en tips, zie het bijbehorende antwoordmodel in de docentenhandleiding.

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word-document
Ga naar stap 1

Stap 1: De voorbereiding

Het is bijna niet meer voor te stellen: eeuwenlang hebben mensen niet geweten hoe hun planeet eruitzag. Pas in de jaren zeventig maakte de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de eerste foto’s van de aarde vanuit de ruimte. Voor het eerst zagen mensen ‘hun aarde’ in alle glorie en van grote afstand. De foto’s zetten onze planeet letterlijk en figuurlijk in een ander perspectief. Al die miljarden mensen die alleen hun eigen belevingswereld kenden, zagen ineens dat ze in hetzelfde schuitje zaten. In De Stadsastronaut, een theatervoorstelling/podcast van Marjolijn van Heemstra, noemt de hoofdpersoon dit ‘de astronautenblik’: door van ver weg te kijken, realiseer je je pas dat wij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de aarde.

In deze proef bestudeer je verhalen die je net als de foto’s van de NASA laten nadenken over klimaatverandering en over de invloed van de mens op onze wereld. We noemen die teksten ‘klimaatromans’. Maar hoe doen schrijvers dat dan, schrijven over zo’n groot en lastig probleem als klimaatverandering? Romans zijn tenslotte meestal verhalen over individuele personages. Ze kunnen niet zo makkelijk een volledige planeet in beeld brengen, zoals de NASA dat doet vanuit de ruimte. Daardoor roepen klimaatromans onderzoeksvragen op. Zoals: hoe brengen deze romans de klimaatcrisis in beeld? Of: hoe leveren verhalen een bijdrage aan de politieke discussie over klimaatverandering?

Door verschillende klimaatromans goed te bestuderen kun je een antwoord vinden op zulke vragen. We geven alvast twee voorbeelden van zo’n klimaatroman. Kop uit ‘t zand van Jan Terlouw gaat bijvoorbeeld over klimaatactivisime. Daarin gebeurt er steeds iets waardoor de hoofdpersoon niet aan het activisme toekomt. Die gebeurtenissen zijn soms van persoonlijke aard, zoals een zwangerschap, maar een hittegolf en een overstroming belemmeren de hoofdpersoon ook. In andere klimaatromans speelt de opwarming van de aarde meer op de achtergrond. Dit zie je bijvoorbeeld bij Vichy van Jan-Willem Anker. In deze klimaatroman vlucht een man van zijn relatieproblemen naar een klein Frans stadje. Dit alles speelt zich af tijdens een extreme hittegolf. De klimaatproblemen zijn in dit boek niet het belangrijkste thema, maar bepalen wel de loop van het verhaal.

Er is dus niet een vast recept voor een roman over het klimaat. Door verschillende voorbeelden van klimaatromans te vergelijken, leer je in deze proef hoe schrijvers verschillende perspectieven op het klimaat en op de mens in beeld brengen.

Opdrachten

  1. Wat weet jij al over de klimaatcrisis? Maak een mindmap over dit onderwerp. Probeer dit te doen zonder hulp van anderen of het internet. Vergelijk vervolgens je mindmap met een klasgenoot en vul jouw antwoord aan met kenmerken die je zelf niet bedacht had.
  2. Bekijk het volgende filmpje over de Nederlandse klimaatspijbelaars. Welke redenen noemen de scholieren voor hun protest? Welke reden vind jij zelf het belangrijkst, en waarom?
  3. Lees het volgende (bewerkte) fragment uit een column van schrijver Tommy Wieringa uit de NRC (26 september 2020) en omschrijf in eigen woorden hoe het komt dat de klimaatroman (nog) geen groot thema is binnen de literatuur (min. 50 woorden).

“Schrijver Amitav Ghosh vraagt zich in zijn essay ‘The Great Derangement’ af waarom de opwarming van de aarde en de daaraan gerelateerde catastrofes nog maar zo mondjesmaat een rol spelen in de hedendaagse fictie. Ghosh fantaseert over een grote klimaatroman. „Denk bijvoorbeeld aan de verhalen die ontstaan rond vragen als ‘Waar was jij toen de Berlijnse Muur viel?’ of ‘Waar was jij op 9/11?’ Zal het ooit mogelijk zijn om vragen te stellen als ‘Waar was jij toen we over de grens van 400 ppm heen gingen?’ of ‘Waar was jij toen de Larsenijsplaat van Antarctica afbrak?’ Ghosh denkt niet dat die roman er zal komen. Het onderwerp is nu eenmaal vreselijk onsexy en simpelweg te veelomvattend. De roman heeft afbakening nodig, en beperkt zich helaas al te vaak tot individuele bestaansproblematiek. Voor een globale catastrofe die zich zowel langzaam als pijlsnel voltrekt, is hij ongeschikt. De generaties na ons zullen de wereldleiders van nu verantwoordelijk houden voor de klimaatcrisis die ze achterlieten, maar wellicht zullen ze, suggereert Ghosh, „kunstenaars en schrijvers even schuldig achten – want de verbeelding van mogelijkheden is, tenslotte, niet de taak van politici en bureaucraten”.

In deze stap maakte je kennis met de centrale vraag van deze proef: hoe brengen romans de klimaatcrisis in beeld?  In de volgende stap leer je enkele begrippen waarmee je deze vraag kunt beantwoorden, namelijk ‘antropocentrisme’, ‘ecocentrisme’ en ‘multiperspectiviteit’.

Stap 2: De instrumenten

Een vraag, instrumentarium en methode

Als je antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, dan moet je eerst precies weten wat je vraag is. Die vraag hebben we in de vorige stap geïntroduceerd: hoe brengen romans de klimaatcrisis in beeld? Daarna heb je instrumenten nodig waarmee je precies kunt beschrijven wat je onderzoekt. Instrumenten zijn in dit geval specifieke begrippen of concepten die het voor jezelf duidelijk maken waar je naar kijkt.

Om klimaatromans te kunnen analyseren, gebruiken we de begrippen antropocentrisme en ecocentrisme en multiperspectiviteit. In deze stap worden die begrippen verder toegelicht en gedefinieerd. Dat doen we omdat je  makkelijker met elkaar kunt discussiëren als je met elkaar dezelfde begrippen gebruikt. Alle stappen die je als onderzoeker neemt zijn immers voor je discussiegenoten inzichtelijk en begrijpelijk.

Antropocentrisme, ecocentrisme en multiperspectiviteit uitgediept

De literatuur uit de huidige tijd is bijzonder antropocentrisch, zo zegt Amitav Ghosh in zijn belangrijke boek over klimaatromans. Antropocentrisme betekent dat de mens als het middelpunt van het bestaan wordt gezien (antropos betekent in het oud-Grieks ‘mens’). Met antropocentrische literatuur bedoelen we dat de lezer in deze boeken de persoonlijke ontwikkeling van de personages volgt. Het verhaal is gericht op de mens. In een antropocentrische klimaatroman zal de klimaatcrisis dus vooral vanuit de mens bekeken worden en zal de ontwikkeling van de personages hierbij een belangrijke rol spelen. Zo zie je in de klimaatroman Dagpauwoog van Eva Meijer dat de hoofdpersoon denkt dat zij zelf de vleesindustrie stil kan leggen door bompakketjes bij slachterijen te leggen. Je krijgt in dit boek vooral veel mee over haar emotionele beweegredenen en bedenkingen.

Tegenover antropocentrisme staat de term ecocentrisme. Ecocentrisme houdt in dat niet de mens, maar het ecosysteem (dus de natuur) het belangrijkst is. De mens is alleen deel van dat ecosysteem, maar niet de redder ervan, zoals je bij de antropocentrische voorbeelden eerder zag. In een meer ecocentrische klimaatroman betekent dit dat andere ecosystemen dan de mens hier centraler staan en belangrijk/sturend zijn voor het verhaal. Stel je voor dat het ik-perspectief bij een kat ligt, of bij een rivier, of zelfs bij een komkommer! Wat voor gevolgen zou dat hebben voor het verhaal?

Antropocentrisme en ecocentrisme staan dus tegenover elkaar: er is sprake van een tegenstelling. Die tegenstelling kan een thema zijn in een klimaatroman. Een voorbeeld hiervan lees je in onderstaand fragment uit het boek Vissen redden van Annelies Verbeke. Daarin is de hoofdpersoon een gepassioneerde milieuactiviste, die misschien toch ook om hele persoonlijke (antropocentrische) redenen in actie komt:

“Monique Champagne zag zichzelf al STOP PIRATE FISHING op de romp van een visvijandig schip schilderen. Of aan boord van een kleine zodiac een olietanker de pas afsnijden om zijn koers te verleggen, opnieuw en opnieuw voorbij varen, een lange V van schuim en golven achterlatend, de V van Verandering, Victorie, Vervuiler Vaarwel. De V van Vis. Midden op zee zou ze het overladen van illegale kabeljauw op transportschepen verhinderen door zich vast te ketenen aan een laadklep. Dat alles tussen het bloggen door. En misschien zou er ergens een foto verschijnen waar Thomas naar zou staren tot zijn ogen vochtig werden. Hij zou de lachende heldin in actie bewonderen en nooit meer herhalen dat verandering niet volstaat.”

Multiperspectiviteit

Herinner je je de NASA-foto uit stap 1 nog? Toen de ruimtevaarders op afstand de aarde zagen, veranderde hun blik op de wereld. Met andere woorden: hun perspectief op de dingen die ze al jaren kenden, veranderde. Van klimaatromans zou je kunnen zeggen dat ze een vergelijkbaar effect teweeg (willen) brengen als die NASA-foto. Ze laten de lezer door een andere (in sommige gevallen niet-menselijke) bril kijken naar klimaatverandering en naar de relatie tussen mens en aarde.

Daardoor kan jij je als lezer mogelijk beter los maken van je eigen perspectief én je leert hoe het is om je in te leven in het perspectief  van de ander, ook al ben je het misschien niet met hem of haar eens. Dat vermogen om vanuit meerdere perspectieven naar de (verhaal)wereld te leren kijken noemen we: multiperspectiviteit. In sommige gevallen kan multiperspectiviteit niet alleen een kenmerk zijn van klimaatromans, maar ook een effect van het lezen van die klimaatromans. Daarmee bedoelen we dat lezers mogelijk beter in staat zijn om de verhaalwereld van meerdere kanten te bekijken doordat die verhaalwereld meerdere perspectieven in beeld brengt.

Antropocentrisme
Een wereldbeeld dat de mens beschouwt als het middelpunt van het bestaan.

Ecocentrisme
Een wereldbeeld dat de natuur beschouwt als het middelpunt van het bestaan, en de mens als slechts een van de vele onderdelen van dat bestaan.

Multiperspectiviteit
Een vermogen om vanuit meerdere perspectieven naar de (verhaal)wereld te kijken. Multiperspectiviteit kan zowel een kenmerk als een effect zijn van klimaatromans.

Opdrachten

  1. In een lastig debat zoals dat rondom de klimaatcrisis zijn er veel groepen met verschillende meningen en belangen. Hieronder staat een lijst met belanghebbenden/belangengroepen. Maak een schaal en schrijf uiterst links ‘antropocentrisme’. Uiterst rechts noteer je ‘ecocentrisme’. Plaats daarna onderstaande groepen en organisaties op deze schaal. Als je bepaalde groepen niet kent, zoek dan op internet meer informatie op over hun acties en standpunten.
    1. Extinction Rebellion
    2. Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO)
    3. Partij voor de Dieren
    4. GroenLinks
    5. Verenigde Naties
    6. Europese Unie
    7. KLM
  2. Kun je per groep in één zin opnoemen wat hun meningen of belangen zijn met betrekking tot de klimaatcrisis? In welke groep kun jij je het beste inleven? Bij welk perspectief zou je dat lastiger vinden? Voorbeeld: Actievoerders zoals Extinction Rebellion stellen het klimaat centraal en willen zo snel mogelijk klimaatverandering tegengaan, vinden harde actie geen probleem – Kan ik mij niet in inleven want ik vind hun acties te ver gaan, omdat ze zich niet altijd aan de regels en wetten houden.
  3. 2. Zoek meer informatie op over het boek Vissen redden. Is dit volgens jou meer een
    antropocentrische klimaatroman, of juist meer een ecocentrische klimaatroman?
  4. Lees de volgende drie teksten over Vissen Redden. Monique Champagne heeft meerdere redenen om de vissen te willen redden. Welke redenen zijn dat? Hoe kijk jij daarnaar? In hoeverre kun je je eigen perspectief loslaten en je inleven in haar perspectief?
    1. Promotekst: Annelies Verbeke – Vissen redden (Letterenfonds.nl)
    2. Recensie: Vergeet je verdriet, red de blauwvintonijn (Trouw.nl)
    3. Recensie: Annelies Verbeke – Vissen redden (8weekly.nl)

Nu weet je welke termen je kunnen helpen om beter te begrijpen hoe klimaatromans de klimaatcrisis verbeelden. In de volgende stap ga je met deze termen experimenteren door fragmenten te lezen uit twee verschillende klimaatromans.

Stap 3: Het experiment

Tijdens het experiment kun je zelf aan de slag met de instrumenten die je in de vorige stap hebt leren hanteren. In deze stap onderzoek je hoe de tegenstelling tussen ecocentrisme en antropocentrisme vorm krijgt in de klimaatromans Onder het ijs van Ellen de Bruijn en Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman.

Opdrachten

  1. Onder het ijs is een boek uit 2018. In het menu hieronder vind je de flaptekst. Zou je op basis van de flaptekst verwachten dat Onder het ijs een meer ecocentrische of een antropocentrische klimaatroman is? Bespreek het antwoord met een klasgenoot.
  2. Lees nu het fragment. Je valt middenin een discussie tussen de wetenschappers over het doel van hun reis. Op basis van dit fragment zou je kunnen zeggen dat Bas ondanks haar menselijke blik een ecocentrisch perspectief geeft op de boringen. Onderbouw deze stelling met tenminste twee argumenten. Betrek in je antwoord het ‘reppen’.

“Het is 2004. Een groep klimaatwetenschappers doet onderzoek op een schip in het Noordpoolgebied. Een van hen is Bas Fretz, een bijna-volwassen vrouw van 21 die nog met Lego speelt. Zij is mee in plaats van haar hoogleraar, Reinier, nadat die onverwacht is overleden. Ze hield net iets te veel van hem en ze zou graag weten of hij ook iets voor haar voelde, maar daar komt ze natuurlijk nooit meer achter, nu hij dood is. Daar zit ze dan, als junior onderzoeker, op dat schip in het poolijs, tussen wildvreemde wetenschappers die elk zo hun eigen obsessies hebben. En als de expeditie dreigt te mislukken, wordt de kans steeds kleiner dat Bas er nog in slaagt om Reiniers wetenschappelijke ambities te verwezenlijken – laat staan die van zichzelf.”

“Volgens Werner zijn wij de dekmantel, zegt Hadley. ‘Er is niet voor niks een senior communicator aan boord,’ zegt Werner, en hij steekt een vinger op, ‘die in zijn allereerste persbericht het uiterst relevante onderzoek van de zeezoogdierexperts benadrukt, terwijl deze hele missie alleen maar is opgetuigd om bodemmonsters te nemen in de Noordelijke ijszee.’ ‘Ze willen gewoon de aandacht afleiden van wat er echt gebeurt.’ Teri’s strenge frons weer. ‘Boren in de oceaanbodem in het ongerepte noordpoolgebied – het is wel lef hebben.’ ‘En jij gaat mee, he?’ plaagt Werner haar. ‘Dus jij bent medeplichtig.’ ‘Ja, er moet hier iemand zijn die oplet dat dit echt alleen boren voor de wetenschap is, en niet voor de olie-industrie,’ zegt Teri. Ze steekt een vuist de lucht in en klopt zichzelf er vervolgens mee op de borst. ‘Green Guardians!’ ‘Als die dit zouden weten,’ zegt Werner, ‘hadden ze zich al aan dit schip vastgeketend. Dus zo green ben jij niet. Maar ja, als jij ze had ingeseind was dit leuke reisje niet doorgegaan…’ Teri steekt haar gepiercete tong naar hem uit.

Bas’ brein is intussen aan de Green Guardians blijven hangen. Ze is ineens weer met haar gedachten bij Gerard en Wouter en hun groene imago. Dat je zo kunt schrikken als iemand de naam noemt van – in principe – een goed doel. ‘Het kan mij trouwens niet schelen,’ komt Werner weer in focus, ‘als ik mensen maar over de ijsberen kan vertellen.’ ‘En over walvissen!’ zegt Teri. ‘En over walvissen,’ geeft Werner toe. ‘Ik ben helemaal voor communicatie op seniorniveau. Ook over walvissen.’ Draaien de zeezoogdierexperts zich nou een beetje weg van Bas of verbeeldt ze zich dat? En wat dachten ze nou eigenlijk – dat er nog dinosauriërs op Spitsbergen zouden lopen of in de Noordelijke IJszee zouden zwemmen? En dat dat dan zoogdieren zouden zijn? Wetenschappers zijn vaak razend slim en oerdom tegelijk, had Reinier haar geleerd. Bas beseft zich dat ze zelf ook volledig aan dat beeld voldoet.

Ze is heus niet tegen het milieu. Je kunt net zomin tegen het milieu zijn als tegen dolfijnen of jonge zeehondjes. Maar noem haar naïef (en je zou niet de eerste zijn, ze hoort het al haar hele leven): ze had zich niet gerealiseerd dat wetenschappelijk boren in de oceaanbodem in het Arctisch gebied zo controversieel is. Ze dacht: we willen gewoon weten hoe de wereld in elkaar zit. De aarde is vroeger ook een paar keer heel warm geweest – als we nou weten hoe dat toen ging, als we het hele systeem kunnen analyseren, dan hebben we daar vast iets aan nu de aarde opnieuw opwarmt. En voor die analyses moet je in de oceaanbodem boren, want in zee is het sediment beter bewaard dan op land, waar veel meer erosie is. En dat boren in zee is al bijna overal ter wereld gedaan, maar nog niet in de Noordelijke IJszee. Dus dat moet nog, dat gaan ze nu doen. Maar het is inderdaad ongerept gebied, ‘een van de laatste ongerepte gebieden op aarde’, zoals ze in natuurfilms altijd zeggen, met zo’n Polygoon-stem. (…)  Misschien zit er wel olie onder het ijs. Het is niet zo gek dat een groene strijdster als Teri het gevoel krijgt dat ze het noordpoolgebied van ‘ongerept gebied’ tot … gerept gebied gaan maken. Dat ze het gaan reppen, wat dat ook moge zijn. Misschien heeft het wel dezelfde taalkundige oorsprong, bedenkt bas, als het Engelse rape, verkrachten” (p. 73-75).

  1. Het tegenovergestelde van een mens is een roman uit 2017 van Lieke Marsman. Lees hieronder de flaptekst en beantwoord dezelfde vraag als bij Onder het ijs: zou je op basis van de flaptekst verwachten dat Het tegenovergestelde van een mens meer een ecocentrische of een antropocentrische klimaatroman is?
  2. Vaak staan het ecocentrische en antropocentrische perspectief op gespannen voet met elkaar in Het tegenovergestelde van een mens. Lees nu onderstaand fragment uit  deze roman zorgvuldig. Leg in je eigen woorden uit wat het antropocentrische en wat het ecocentrische perspectief is in dit fragment en beschrijf waarom de ik-figuur een dilemma ervaart tussen die twee perspectieven.

“Waar het op neerkomt is dat de mensheid als geheel ook eenzaam is. We kunnen er niet tegen dat er niemand iets terugzegt, dat we nog altijd geen dieren hebben horen praten – ja, misschien zo nu en dan in de vorm van het schille gegil dat onze slachthuizen vult, maar niet met woorden, niet met een oplossing voor de dingen waar we al tijden mee zitten. Zelfs de hemel is leeg. En dus zetten we ons af door al die zwijgende natuur om ons heen te vernietigen, als een wanhopige geliefde die maar niet wordt terug ge-sms’t en het in het café op een zuipen zet.”

“’s Avonds lees ik voor het slapen het eerste hoofdstuk van The World Without Us. Het blijkt een boek over de blijvende invloed van de mensheid op de wereld om ons heen. In het boek stelt de auteur, Alan Weisman, zich een wereld voor waarin de mensheid van de ene op de andere dag verdwenen is: wat blijft er dan over? Hoe lang voordat al onze sporen uitgewist zijn? En wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat de mensheid zichzelf niet vernietigt door de mensheid te vernietigen? Ook Weismans antwoord luidt: minder kinderen krijgen. Als alle vrouwen vanaf nu nog maar 1 kind kregen, zou de wereldbevolking al in 2075 gehalveerd zijn.

Toch, als Robin het me zou vragen, zou ik zo een kind met haar willen. Alleen al de gedachte daaraan maakt me gelukkig. Dan maar niet bijdragen aan een beter milieu. Ik probeer haar gezicht en haar lichaam voor de geest te halen, maar het lukt me maar niet om het beeld scherp te krijgen. Van de laatste maanden herinner ik me eigenlijk alleen nog maar flarden, en dan ook nog eens voornamelijk flarden uit onze ruzies.

(…)

Die nacht droom ik dat ik de laatste mens op aarde ben. Hoe lang zou het duren voordat ik doorhad dat er iets mis was? En hoe lang voordat ik het zoeken naar andere mensen op zou geven?” (p.110-111)

Stap 4: De lakmoesproef

Met de lakmoesproef test je wat je te weten bent gekomen tijdens het experiment. In de vorige stappen heb je geoefend met de instrumenten. Je hebt nu genoeg kennis opgebouwd om ecocentrisme en antropocentrisme te herkennen in passages uit een klimaatroman. In deze stap pas je die kennis toe door een stelling uit een essay over de klimaatroman Pels te verdedigen of tegen te werpen in een betoog.

Lees eerst het volgende fragment uit de roman Pels van Jeroen Siebelink. Theun helpt van jongs af aan in zijn vaders pelsdierenfokkerij. Maar als hij ouder wordt, ziet hij steeds scherper dat het wrede werk niet te rijmen valt met zijn compassie met deze dieren. De passage start wanneer zijn klas een rondleiding krijgt op de nertsenfokkerij.

“Zonder nog iemand aan te kijken scharrelde mijn vader uit beeld, als een bedreigde soort. Hij verdween in zijn schuur verderop. Het duurde even voordat in de opening van de poort zijn groot uitgevallen speelgoedtractor verscheen en hij weer onze kant op kwam. Hij zat er wijdbeens op. Aan weerskanten van zijn truckersstuur bungelden nog twee mayonaise-emmers. Nu moesten ze allemaal goed opletten. Hij sloot een soort mayonaisespuit aan op een van de emmers en spoot een klont dikke, roze brij boven op de eerste kooi, terwijl hij het wagentje zacht voorwaarts liet rollen, naar de volgende kooi, waarop hij een gelijkvormig kwakje deponeerde. Hij vervolgde zijn weg, als een dorpsgek gadeslagen door de leerlingen. Zo maakte hij dus zijn rondje. Elke dag, ook op zon- en feestdagen. Dat kon toch alleen een dierenvriend? Een bruine nerts richtte zich op en stekte zich uit naar het draadgaas. Ze snuffelde aan het hapje, zonder ervan te eten. Zagen de leerlingen ook hoe de dieren meteen begonnen te eten? Van dit voer werden ze groter dan een wilde nerts. Bewijs dat op welzijn niet werd beknibbeld.

Maar toen moest het ware moment van mijn vader nog komen. Tegen het einde van de rondleiding, bij een rij met witte reuen, terwijl op de achtergrond Vijfschaft onder aanmoediging van Louman ijspegels van een kooi stond te trappen, gleed Vijfschaft uit. Hij molenwiekte met zijn armen. Om te voorkomen dat hij in de mestblubber viel, greep hij zich vast aan een kooi. Hij hing met zijn vingers in het vlechtwerk. De Deense bewoonster van de kooi twijfelde geen moment, deed een uitval en had beet. De zes snijtanden en twee sterk ontwikkelde hoektanden in beide kaken deden dienst als dolken bij de dodelijke beet die zij haar prooidier toediende. Daarachter bevonden zich nog vier rijen scheurkiesjes. De onderkaak kon alleen op en neer bewegen en was niet geschikt om te kauwen, maar de kiezen pasten allemaal precies in elkaar en werkten goed samen bij het doorknippen en afscheuren van vlees.

Vijfschaft trok voorzichtig, maar zijn vinger zat muurvast. Het teefje zette zich nog eens schrap, zonder geluid. Haar ogen fonkelden, hard en rond en zwart als toermalijn. Een afgrond. Wist ze wel dat ze opgesloten zat? Zag ze Vijfschaft als vijand of als vlees? Als persoon of als een bewegend voorwerp? Ze staarde Vijfschaft aan vanuit een peilloze diepte, een eindeloze ruimte, waar de kooi niets aan afdeed. De diepte waarin een nerts leefde was een jongenskamer, waar de bewoner niet uit zou willen. In tegenstelling tot Vijfschaft, die had gedacht vrij om haar wereld heen te kunnen bewegen. Toch dacht Vijfschaft dat hij zijn eigen lichaam oversteeg. Hij dacht dat hij, in tegenstelling tot een nerts, over zijn daden kon nadenken. Hij dacht vrij te zijn om zijn instincten te negeren of eraan toe te geven, in tegenstelling tot een nerts. Vijfschaft was een dier dat geen dier dacht te zijn, totdat hij met zijn worstige vinger pijnlijk werd verbonden met de harde realiteit.”

Opdrachten

Schrijf een betoog van circa 500 woorden waarin je een van de volgende stellingen verdedigt of tegenwerpt. Gebruik in je betoog voorbeelden uit het fragment uit Pels of fragmenten uit de eerdere stappen.

Stellingen:

  1. Het is praktisch onmogelijk om als menselijke schrijver een ecocentrisch perspectief in te nemen.
  2. Een roman waarin dieren een rol spelen is automatisch meer ecocentrisch dan antropocentrisch.
  3. Multiperspectiviteit leidt tot meer betrokkenheid bij het klimaat.

Stap 5: Het vrije experiment

In stap 4 heb je een standpunt ingenomen over multiperspectiviteit ofwel het spanningsveld rondom ecocentrisch schrijven. In deze stap ga je – ongeacht je standpunt rondom ecocentrisch schrijven – toch een poging wagen…

J.C. Bloem – een van Nederlands beroemdste dichters – begon het bekende gedicht De Dapperstraat uit 1945 als volgt:

Natuur is voor tevredenen of legen.

En dan: wat is natuur nog in dit land?

Een stukje bos, ter grootte van een krant,

Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

In een dichtbevolkt land als Nederland is er van oudsher veel te doen om natuurbeheer – een belangrijk onderdeel van de klimaatcrisis. Zo was er in 2018 veel aandacht voor de Oostvaardersplassen, een natuurgebied in Flevoland. In dit NRC-artikel van Gemma Venhuizen maak je kennis met deze kwestie en de vele perspectieven die om voorrang vochten. Toch ontbreekt er één belangrijke stem in het debat: die van het dier zelf. Welke beslissing er ook wordt genomen; het is wel zeker dat de menselijke, antropocentrische blik doorslaggevend is. Diverse schrijvers hebben in hun werk geprobeerd om ‘de stemlozen’ een stem te geven: Lieke Marsman probeert in Het tegenovergestelde van een mens in de huid van een komkommer te kruipen, terwijl de beroemde Vlaamse dichter Guido Gezelle in zijn gedicht De mandelbeke een wilgenboom – die zijn leefgebied drastisch heeft zien veranderen – het woord geeft. In deze stap krijg jij de kans om vanuit het perspectief van zo’n stemloos organisme te schrijven.

Neem ook – ter inspiratie voor deze schrijfopdracht – kennis van de bekroonde podcast Everything is alive, waarin verschillende ‘stemlozen’ de kans krijgen om zich te uiten.

Opdrachten

Je maakt een keuze uit de volgende twee mogelijkheden:

  1. Neem het artikel van Venhuizen als uitgangspunt en schrijf een ingezonden brief (750 woorden) naar de NRC. Dat doe je echter niet als jezelf, maar als een van de grotegrazers. Kruip in hun huid en becommentarieer de verschillende  perspectieven in het artikel vanuit dat oogpunt. Verwijs naar minimaal drie passages uit het artikel.
  2. In de eerdergenoemde roman Dagpauwoog van Eva Meijer probeert klimaatactiviste Iris haar hondje Pol veganistisch te maken. Pol is als huisdier afhankelijk van zijn baas Iris, maar zodra hij de mogelijkheid krijgt om vlees te eten (in dit geval bij de buurvrouw), grijpt hij zijn kans. In een andere roman van haar hand, Het vogelhuis, worden hoofdstukken over het menselijke hoofdpersonage afgewisseld met hoofdstukken over het vogelpersonage Ster. Die laatste hoofdstukken worden echter nog steeds verteld door het menselijke hoofdpersonage van het boek. Bedenk en schrijf een fictief verhaal van minimaal 750 woorden waarin de rollen zijn omgedraaid: de hond of de vogel (of een ander dier naar keuze) staat in de maatschappij van jouw verhaal hiërarchisch gezien boven (of is gelijkwaardig aan) de mens. Schrijf het verhaal vanuit het perspectief van het gekozen dier.

Verder lezen