Profielwerkstuk

Schrijf je profielwerkstuk bij LitLab

Wil je een profielwerkstuk schrijven bij Nederlands? LitLab helpt je op weg! Alle proeven in het Lab zijn geïnspireerd op literatuuronderzoek zoals dat aan de universiteit gebeurt. Ze laten je experimenteren met moderne methoden en geven hopelijk aanleiding tot nieuwe vragen. Het profielwerkstuk biedt een mooie kans om op die vragen een antwoord te vinden. Lees de suggesties en laat je inspireren.

 

Onderzoek representaties in romans

In de proef over personages heb je kennis gemaakt met termen als ‘verteller’, ‘ideologie’ en ‘representatie. Met die instrumenten kun je aan de slag om beeldvorming in de literatuur te gaan onderzoeken. Je kunt systematisch gaan onderzoeken hoe bepaalde identiteiten worden verbeeld, zoals mannen of vrouwen. Of je kunt bepaalde beroepen bestuderen, zoals boeren, bankiers, artsen, wetenschappers etc. Hieronder geven we enkele mogelijke onderzoeksvragen. Klik op de vragen voor enkele suggesties voor relevante romans.

  • Hoe worden kunstenaars gerepresenteerd in de Nederlandse literatuur?
Emy Koopman Orewoet 2016
Niña Weijers De consequenties 2014
Joost Zwagerman Gimmick! 1989
Jan Wolkers Turks Fruit 1969
Jan Cremer Ik, Jan Cremer 1964
  • Hoe worden migranten gerepresenteerd in de Nederlandse literatuur?
Mano Bouzamour De belofte van Pisa 2013
Öczan Akyol Eus 2012
Karin Amatmoekrim Het gym 2009
  • Hoe wordt homoseksualiteit verbeeld in de Nederlandse literatuur?
Maartje Wortel Ijstijd 2014
Tom Lanoye Sprakeloos 2009
Astrid Roemer Over de gekte van een vrouw 1982
Harry Mulisch Twee vrouwen 1975
Gerard Reve De Taal der Liefde 1972
Andreas Burnier Het jongensuur 1969

 

Verder lezen

Traceer de ontwikkeling van woorden

In de proef over woordgebruik heb je geleerd hoe je geschiedenis kunt schrijven aan de hand van de woorden die de mensen vroeger gebruikten. Nu je de basisprincipes van zulk onderzoek kent, kun je de digitale corpora induiken voor een gerichte onderzoeksvraag, bijvoorbeeld van je profielwerkstuk. Neem een voorbeeld aan de onderzoeker Jesper Verhoef. Hij deed in grotere Nederlandse krantencorpora zogenaamd ‘discoursonderzoek’: onderzoek naar de publieke opinie over een bepaald verschijnsel. Het was hem te doen om reacties op de introductie van de draagbare radio in de jaren ‘60. In de publieke opinie bleek dat apparaat al snel symbool te komen staan voor verloedering: degenen die veel gebruik maakten van de draagbare radio (jongeren) werden verweten dat ze bestaande normen en waarden niet in acht namen. Verhoef maakte gebruik van de online krantendatabase Delpher van de Koninklijke Bibliotheek. We doen hieronder enkele suggesties voor vragen die je met behulp van Delpher kunt beantwoorden. 

  • Wat was de publieke opinie over de introductie van het Pocketboek in de jaren vijftig en zestig?
  • Wat was de publieke opinie over de introductie van de anticonceptiepil (‘de pil’) in de jaren zestig en zeventig?
  • Wanneer werd de term ‘politionele acties’ voor het eerst gebruikt in verband met de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945 – 1949) en hoe werd er in die periode over geschreven in Nederlandse kranten?

Ga je liever een stap verder en ben je handig met programmeren? Dan kun je in je profielwerkstuk ook gaan experimenteren met digitale tekstanalyse. Behalve dat je iets te weten komt over patronen in teksten, leer je gewilde vaardigheden zoals text mining en data-analyse. Klik op de voorbeeldvraag om te zien waar je kunt beginnen.

  • Hoe kunnen we emoties of sentimenten meten in literaire teksten?
Met behulp van patroonanalyse in teksten kun je ook zogenaamde ‘sentimentsanalyeses’ doen. Daarmee kun je op het spoor komen of in teksten (uitzonderlijke) positieve dan wel negatieve gevoelens worden uitgedrukt. Aan de hand van woordgebruik zet het programma je tekst op (een willekeurige) een schaal van negatief tot positief. Lees hier analyses die taalkundige Marc van Oostendorp met deze methode maakte. Bedenk nu zelf een analyse die je uit zou willen voeren. Dit zijn de stappen die je daarvoor moet doorlopen: A) inspecteer het pakket Pattern van de Universiteit Antwerpen; B) kies en kopieer een tekst uit de DBNL die je aan analyse wilt onderwerpen. Het kan goed werken er 2 te nemen, die je gaat vergelijken in je analyses. Of een tekst te nemen waarvan je verwacht dat er veel in gebeurt op het gebied van emoties (denk bijvoorbeeld aan de Julia van Feith.; C) je moet zelf iets van computercode schrijven om de analyse ook daadwerkelijk uit te voeren. Instructies hiervoor (inclusief codeervoorbeelden) vind je in het blog van Marc van Oostendorp

Verder lezen:

Analyseer de retoriek van politici

In deze proef heb je kritisch leren kijken naar de teksten van politici. Hoe proberen ze jou met retorische middelen in te pakken? Welke stijlfiguren gebruiken ze, en welk effect hebben die retorische middelen? Nu je weet hoe je speeches kunt ontleden, kun je complexere vragen gaan stellen. In je profielwerkstuk heb je de ruimte om zo’n grotere vraag uit te werken. Hieronder doen we een suggesties voor zo’n onderzoek. Klik op de vraag voor enkele voorbeelden van speeches.

  • Hoe en met welke retorische middelen profileert Jesse Klaver (GroenLinks) zich ten opzichte van de gevestigde partijen?

Vergelijk de speeches van Klaver met die van andere politici. Bekijk ter inspiratie dit filmpje van de Volkskrant. Dit kun je natuurlijk ook met een andere politicus of politica doen.

Jesse Klaver Wij gaan Nederland veranderen 2015
Jesse Klaver Klaver bij Tegenlicht Meetup 2015
Jesse Klaver Algemene Beschouwingen 2015 2015

Verder lezen

Bestudeer teksten op het podium

In deze proef heb je gezien dat teksten rijker worden als je ze hardop voorleest. Je hebt ‘performatieve’ aspecten van een tekst leren herkennen zoals rijm en metrum. Deze kennis is een goede basis om in je profielwerkstuk eens wat dieper in te gaan op performances van teksten. De vraag die centraal staat is: welke aanvullende of tegenstrijdige betekenissen ontstaan er bij de performance van een tekst? Je kunt die vraag beantwoorden aan de hand van voordrachten en performances, zoals toneelopvoeringen, spoken word, poetry slam etc. Behalve rijm en metrum kun je gaan letten op toon, intonatie, muziek, interactie met het publiek, lichaamstaal en gebaren. Hieronder geven we voorbeelden van mogelijke onderzoeksvragen. Klik op de vragen voor enkele suggesties voor je materiaal.

  • Hoe verrijken lichaamstaal en gebaren de gesproken taal in poetry slam gedichten?
Marshall Davis Jones Touchscreen 2011
Mike Rosen When God Happens 2012
Olivia Gatwood, Megan Falley Say No 2014
  • Op welke manieren komt een theatertekst tot leven op het podium?
Ga naar een theatervoorstelling bij jou in de buurt en probeer van tevoren de originele tekst te bemachtigen. Beschrijf zo nauwkeurig mogelijk wat je allemaal op het podium ziet dat niet in de tekst staat. Beschrijf hoe deze ‘performance’ van de regisseur en de acteurs de tekst interpreteert. Verplaats je vervolgens in de rol van de dramaturg / regisseur. Beschrijf hoe de voorstelling eruit had gezien als jij de voorstelling had mogen regisseren en benoem de verschillen tussen jouw interpretatie en die van het theatergezelschap.

Verder lezen

Bestudeer het materiaal van het internet

In deze proef heb je kennisgemaakt met de historische veranderingen van het boek als object. In de proef stond de overgang van geschreven teksten naar gedrukte teksten centraal, maar er zijn nog talloos veel meer ontwikkelingen geweest in de vorm van het boek of van tekst in het algemeen, denk maar aan kranten, ‘glossy’ tijdschriften, posters en niet te vergeten: het internet. Je profielwerkstuk is een mooie plek om eens dieper in te gaan op één van die ontwikkelingen. Bekijk ter inspiratie eens dit filmpje over ‘het boek in een digitale wereld’, gemaakt door studenten van de Universiteit Utrecht.

  • Welke materiële aspecten van een boek kan een gedigitaliseerde scan niet overbrengen en – andersom – hoe verrijkt een digitale scan het lezen van het origineel?
 Ga naar een archief of bibliotheek bij jou in de buurt en bekijk of zij een van hun stukken gedigitaliseerd online hebben. Als er geen archief met gedigitaliseerd werk in de buurt is, probeer dan langs te gaan bij de Koninklijke Bibliotheek (kijk hier voor hun digitale stukken) in Den Haag of de dichtstbijzijnde universiteitsbibliotheek. Maak een afspraak met een van de conservators en vraag of je het originele werk kunt komen inzien. Beschrijf vervolgens wat je allemaal niet ziet in de versie op je scherm en analyseer ook nauwkeurig wat de digitale weergave juist allemaal wél biedt (een leesbaar transcript, mogelijkheid tot inzoomen, annotatie en uitleg, een zoekfunctie etc.). Evalueer tot slot wanneer de digitale versie een handig hulpmiddel is en voor welk gebruik je toch nog ouderwets naar de bibliotheek moet.
  • In welke mate kent het internet – net als boeken – ‘materiële’ aspecten en hoe laten kunstenaars hedendaagse drukfouten – ‘glitches’ – die materialiteit zien?
 Zoek eens op wat ‘glitches’ zijn. Lees bijvoorbeeld dit artikel over glitch kunstenaars of bekijk het werk van Facebook-hacker Glitchr.

Verder lezen

  • A. Baggerman, Over leven, lezen en schrijven: De bandbreedte van boekgeschiedenis. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Geschiedenis van Uitgeverij en Boekhandel aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam:  Vossiuspers UVA, 2010. Zie: http://dare.uva.nl/document/214165.
  • Jeroen Blaak, Geletterde levens: dagelijks lezen en schrijven in de vroegmoderne tijd in Nederland 1624-1770. Hilversum: Verloren, 2004.
  • Roger Chartier, The Order of Books: Readers, Authors, and Libraries in Europe Between the Fourteenth and Eighteenth Centuries, vert. Lydia G. Cochrane. Stanford: Stanford UP, 1994.
  • Piet Verkruijsse, ‘Custodiaal geheimschrift’, De boekenwereld 22 (2005-2006), 157-158, zie: http://www.dbnl.org/tekst/_boe022200501_01/_boe022200501_01_0028.php
  • D. Hogenelst en F. van Oostrom, Handgeschreven wereld; Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam 1995.
  • Vraag 1

Verder lezen: