Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Succes!

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word-bestand
Ga naar stap 1

Stap 1: de voorbereiding

Tegenwoordig klinkt het Wilhelmus bij nationale herdenkingen, bij staatsbezoeken en bij elke voetbalwedstrijd van ‘Oranje’. Het lied stamt uit de zestiende eeuw en gaat over Willem van Oranje. Hij is de ‘ik’ die in de eerste regels van het Wilhelmus aan het woord is: ‘Wilhelmus van Nassouwe / ben ik van Duitsen bloed’. Het Wilhelmus werd rond 1570 geschreven met het doel Willem van Oranje leider te maken van de opstand tegen de Spaanse koning Filips II. Pas in 1932 werd het Wilhelmus het officiële Nederlandse volkslied. Dat is voor literatuuronderzoekers een interessant gegeven: waarom koos men in 1932 voor een lied uit de zestiende eeuw, en waarom dan juist het Wilhelmus? Welke aantrekkingskracht ging er in 1932 van de tekst van dit lied uit? 

De teksten van volksliederen weerspiegelen hoe inwoners van een land naar hun land kijken, of willen dat ernaar gekeken wordt. Als een vroom land, of een dapper land? Als een land dat de koning trouw is of juist als een land dat onafhankelijkheid boven alles stelt? Daarom kunnen we er als literatuuronderzoekers veel aan aflezen.

Wien Neêrlandsch bloed

Voor 1932 had Nederland een ander volkslied: Wien Neêrlandsch bloed in d’aderen vloeit van de dichter Hendrik Tollens (1780-1856). Met dat lied won Tollens in 1817 een prijsvraag. Die was uitgeschreven om een officieel volkslied in het leven te roepen. Nederland was net jarenlang bezet door de Fransen, en met een volkslied wilde men de herwonnen vrijheid tonen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (ontstaan in 1815). Nederland volgde daarmee het spoor van andere Europese landen die in de negentiende eeuw volksliederen, maar ook vlaggen en symbolen kozen om hun nationale identiteit zichtbaar te maken. De negentiende eeuw was in Europa de eeuw van het nationalisme, van de opkomst van ‘naties’.

De prijsvraag kwam er in 1817 omdat men geen enkel bestaand lied geschikt vond als Nederlands volkslied. Het Wilhelmus viel ook af. De tekst van dat lied kende men nauwelijks nog. En bovendien wist men niet wie het geschreven had. Toen het nationalisme opkwam, vereerde men graag nationale helden. Een volkslied werd bij voorkeur geschreven door een literaire held. En begin negentiende eeuw was dat de dichter Tollens.

Het Wilhelmus

Maar Tollens kreeg in de loop van de negentiende eeuw het imago van een saaie dichter, die ‘huiselijkheid’ tot grootste nationale deugd verheven had. Aan het eind van Wien Neêrlandsch bloed in d’aderen vloeit wordt het Nederlands volk het ‘huisgezin’ van de Nederlandse koning genoemd. Daar was weinig heldhaftigs aan, en heldhaftigheid was nu juist wel iets wat het Wilhelmus te bieden had. Omdat Willem van Oranje erin gepresenteerd wordt als held en redder van de Republiek. En omdat men er meer en meer van overtuigd raakte – of wilde raken – dat de Vlaamse Marnix van Sint Aldegonde in de zestiende eeuw het Wilhelmus geschreven had. Marnix stond bekend om zijn optreden als verzetsheld, die als burgemeester van Antwerpen in de Tachtigjarige Oorlog dapper verzet had geboden tegen Spanje. Koningin Wilhelmina hakte in 1932 met de regering de knoop door: het Wilhelmus zou het nieuwe Nederlandse volkslied worden.

 

Opdrachten

  1. In 2013, bijna 200 honderd jaar na de prijsvraag die Tollens won, gaf het Nationaal Comité Inhuldiging de opdracht tot het schrijven van een nieuw ‘Koningslied’. Dit keer was dat ter gelegenheid van de kroning van Willem-Alexander. Lees dit korte interview over het Koningslied met lied-onderzoeker Louis Grijp. Noem een verschil en een overeenkomst tussen 2013 en 1817. 
  2. Overleg met een klasgenoot en formuleer samen een onderzoeksvraag die bij je opkomt als je leest over de spanningen die ontstaan door deze volksliederen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een vraag over de teksten of melodieën van volksliederen, of over de relatie tussen volk en koningshuis. 

In de volgende stap maak je kennis met enkele concepten die je kunnen helpen om onderzoek naar volksliederen uit te voeren.

Stap 2: de instrumenten

Als je een antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, moet je eerst duidelijk weten wat precies je vraag is. Je hebt instrumenten nodig waarmee je heel precies kunt beschrijven wat je onderzoekt: eenduidige begrippen of concepten die het voor jezelf, maar ook voor anderen duidelijk maken waar je naar kijkt. Zoals je een pipet of een reageerbuis gebruikt om de aanwezigheid van een scheikundige stof aan te tonen, zo gebruik je concepten om vat te krijgen op teksten. Daarnaast heb je een methode nodig, een systematische manier om tot nieuwe kennis te komen. Iedereen die met die methode werkt, gebruikt dezelfde instrumenten. Kennis die je met die instrumenten opdoet, kan daardoor gestapeld en vermeerderd worden. Ook kun je  beter discussiëren met elkaar als je dezelfde methode gebruikt. Alle stappen die je als onderzoeker neemt, zijn immers voor je discussiegenoten inzichtelijk en begrijpelijk.

In deze proef staan Nederlandse volksliederen centraal. We onderzoeken de manier waarop die liederen zijn ‘toegeëigend’ door verschillende groepen binnen de Nederlandse bevolking, en de manier waarop ze de relatie tussen volk en koningshuis vormgeven. Daarin spelen de aansprekingen in de tekst een rol: een stijlfiguur dat we de ‘apostrof’ noemen. Een andere belangrijke term is ‘identificatie’: volksliederen geven uiting aan het verlangen van een groep om zich met een bepaalde (nationale) identiteit te vereenzelvigen en te presenteren. We stellen de vraag in hoeverre een volkslied als het Wilhelmus identificatie toelaat voor verschillende bevolkingsgroepen.

Apostrof
Stijlfiguur waarmee de aanspreking van een of meerdere personen in een tekst wordt aangeduid.

Toe-eigening
Een proces waarin het eigendom van een gebruik of tekst geclaimd wordt voor politieke, culturele of religieuze doeleinden.

Identificatie
De vereenzelviging met een bepaalde groep of individu (hier: gestuurd door een tekst).

Opdrachten

  1. Lees dit artikel over Beatrix en het Wilhelmus. Op welke manier is hier sprake van toe-eigening?
  2. Lees deze kritiek op het Wilhelmus. Beschrijf hoe identificatie met het Wilhelmus voor de auteur van dit opiniestuk een probleem vormt.

In de volgende stap doe je zelf een onderzoek naar de toe-eigening van enkele volksliederen, waaronder het Wilhelmus

Stap 3: het experiment

Tijdens het experiment kun je zelf aan de slag met de instrumenten die je in de vorige stap hebt leren gebruiken. In deze proef analyseer je de tekst van twee volksliederen en verdiep je je in verschillende discussies over de koningsliederen. Doel daarvan is om te begrijpen hoe de volksliederen geclaimd zijn, bijvoorbeeld voor bepaalde politieke of religieuze belangen, of hoe de liederen vorm geven aan die belangen.  Je doet dat onder andere met behulp van YouTube en Delpher, een krantendatabase van duizenden kranten uit de afgelopen drie eeuwen. 

Opdrachten

  1. Om te beginnen kijken we naar de tekst van het Wilhelmus . Beschrijf de werking van de apostrof in het lied: wie is de ‘ik’, de ‘Gij’, de ‘gij’, de ‘U’,  en de ‘u’? Met welke rol val jij samen als je het lied zingt, en wat betekent dat voor je houding tegenover degene die bezongen wordt: Willem van Oranje?
  2. Doe hetzelfde voor het lied van Tollens. Noem een verschil met de aanspreekvormen in het Wilhelmus. Wat zegt dat verschil over de rol die de vorst-figuur krijgt in de verschillende liederen?
  3. Lees dit commentaar op het Koningslied van voormalig hoogleraar Maaike Meijer. Hoe interpreteert zij de aanspreekvormen (‘ik’ en ‘jij’)  in dit lied? Wat vind je van haar analyse? Bespreek dit kort met een klasgenoot.
  4. Naar aanleiding van de kroning van koning Willem-Alexander in 2013 werden er verschillende alternatieve koningsliederen gemaakt. Kies er één uit het lijstje en beschrijf hoe er in het lied sprake is van toe-eigening en/ of identificatie.
  5. Zoek zelf in Delpher een artikel over het Wilhelmus of Wien Neêrlandsch bloed waarin het lied inzet is van een politieke of religieuze discussie, of van processen van identificatie. Welke belangen speelden er destijds? Gebruik de handleiding als je moeite hebt met zoeken.
  6. Kijk nog eens naar de onderzoeksvraag die je formuleerde in stap 1. Hoe zou je die vraag kunnen herformuleren op basis van wat je nu weet? Schrijf vervolgens in 100 woorden een schets van het onderzoek dat nodig is om je herziene vraag te beantwoorden.

Stap 4: de lakmoesproef

Met de lakmoesproef test je wat je te weten bent gekomen tijdens het experiment. Kun je op basis van je analyse iets zeggen over de manier waarop Nederlandse volksliederen worden toegeëigend, of onderwerp zijn geweest van discussies?

Opdrachten

Schrijf een essay van max. 500 woorden waarin je een van onderstaande stellingen onderbouwt of weerlegt. Maak gebruik van de termen ‘apostrof’, ‘identificatie’ en ‘toe-eigening’.

  1. De tekstuele verschillen tussen het Koningslied, Wien Neêrlandsch bloed en het Wilhelmus geven weer hoe de relatie tussen volk en vorst anno 2013 veranderd is.
  2. Er moet een nieuw volkslied komen dat identificatie mogelijk maakt voor alle Nederlanders.
  3. De controversiële status van het Wilhelmus door de eeuwen heen maakt duidelijk dat het lied door verschillende groepen is toegeëigend en ook weer afgewezen.

Stap 5: het vrije experiment

In het vrije experiment is er ruimte om naar eigen inzicht verder onderzoek te doen met de instrumenten en tools die we in deze proef gebruikt hebben. Daarnaast is het vrije experiment een ruimte voor creatief schrijven. We geven je richtlijnen om creatief te reflecteren op de thema’s die in deze proef aan de orde kwamen.

Opdrachten

  1. In januari 2017 schreef dichteres Anne Vegter een hedendaagse versie van het Wilhelmus. Schrijf net als Vegter een eigen tekst op de melodie van het Wilhelmus. Houd rekening met het idee van identificatie zoals dat in deze proef aan bod gekomen is. Dat kan op verschillende manieren en je bent vrij om een manier te kiezen. Een voorbeeld is om bepaalde groepen met een migrantenachtergrond aan te spreken, voor wie het zestiende-eeuwse Wilhelmus mogelijk weinig betekent. Maar je kunt er bijvoorbeeld ook voor kiezen om in jouw versie uit te dragen dat ‘identificatie’ via één tekst ingewikkeld is voor al die verschillende identiteiten in Nederland.
  2. In mei 2016 pleitten onderzoekers op basis van digitale analyses voor een nieuwe kandidaat als auteur van het Wilhelmus: de Calvinistische psalmberijmer Petrus Datheen. Lees dit redactioneel commentaar op het onderzoek in het Reformatorisch Dagblad. Schrijf vervolgens een reactie in de vorm van een ingezonden brief aan die krant. Beschrijf daarin wat de discussie over deze nieuwe hypothese (in het Reformatorisch Dagblad, maar ook in andere kranten) volgens jou zegt over de manier waarop Nederland het Wilhelmus toeëigent of wil toeëigenen.

Verder lezen/ kijken