Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word-document
Ga naar stap 1

Stap 1: De voorbereiding

In het Nederlands gebruiken we het woord ‘kasplantje’ voor iemand die in een coma ligt. In het Engels bestaat het vergelijkbare ‘vegetable’. Waarom gebruiken we een vergelijking met planten als we het over bewusteloze mensen hebben? In deze proef onderzoek je wat die vergelijking zegt over de manier waarop we nadenken over planten, en als mensen planten zien: als passief en futloos dus?

Over e relatie tussen mensen en planten wordt al heel lang nagedacht. Zo vond Griekse filosoof Aristoteles, die rond 350 v.Chr. leefde, dat de mens van nature beter is dan planten en dieren. Want mensen kunnen zelf kritisch nadenken en denken omzetten in taal. Dieren komen daarna, want die hebben wel een instinct naar kunnen niet nadenken of praten. De laagste levensvorm vond Aristoteles planten, omdat die niet kunnen nadenken en niet kunnen praten.

Deze kijk op de verhouding tussen planten bestaat nog steeds, maar wordt ook steeds meer bekritiseerd. Zo blijkt uit steeds meer wetenschappelijk onderzoek dat planten – en specifiek bomen – wel degelijk kunnen ‘nadenken’ en zelfs een vorm van taal hebben. Deze verschilt alleen erg van menselijke taal. Mensen kunnen zich alleen uitdrukken met de klanken die onze stembanden ons bieden en met de woorden uit de taal of talen die we spreken. Binnen welke beperkingen kunnen bomen zich uitdrukken?

In deze opdracht ga je zowel de Nederlandse taal, als plantentaal onderzoeken. Wat voor relatie is er tussen de manier waarop wij over planten praten en de manier waarop wij omgaan met de natuur? Aan het einde van de opdracht probeer je de bomentaal te ‘vertalen’ naar mensentaal en schrijf je een korte toespraak vanuit het perspectief van een boom.

Deze proef laat je kritisch nadenken over de relatie tussen taal en werkelijkheid, kennismaken met een ecokritische blik op literatuur,  nadenken over de manier waarop de natuur verbeeld is, en oefenen met een close-reading op zowel tekst- als woordniveau

Opdrachten

  1. Lees minimaal twee en maximaal drie van de onderstaande bronnen lezen/bekijken, afhankelijk van de invalshoeken die jij het meest interessant vindt. Sommige bronnen hebben bijvoorbeeld een erg biologische invalshoek, en andere een meer politieke of filosofische.
  2. Maak je een samenvatting van twee zinnen per gelezen bron. Probeer hierbij zo goed mogelijk tot de kern te komen, zo precies mogelijk te formuleren en de bronnen met elkaar te vergelijken. Hoe komen ze met elkaar overeen? Waar verschillen ze? Waar vullen ze elkaar aan? Ben je het eens met de bron?

 

 

Je hebt nu een eerste verkenning van plantentaal gedaan. In de volgende stap ga je die plantentaal onderzoeken.

Stap 2: De instrumenten

Een vraag, instrumentarium en methode

Als je antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, dan moet je eerst precies weten wat je vraag is. Die vraag hebben we in de vorige stap geïntroduceerd: hoe brengen romans de klimaatcrisis in beeld? Daarna heb je instrumenten nodig waarmee je precies kunt beschrijven wat je onderzoekt. Instrumenten zijn in dit geval specifieke begrippen of concepten die het voor jezelf duidelijk maken waar je naar kijkt.

Om klimaatromans te kunnen analyseren, gebruiken we het begrip arborealistisch.

<b>Arborealisme uitgediept</b>

In 1972 publiceerde Christopher D. Stone het nu erg bekende essay ‘Should trees have standing?’, ofwel ‘Moeten bomen rechten hebben?’. Hij betoogt dat we de mensenrechten moeten verbreden tot ook niet-mensenrechten. Een tegenargument dat vaak wordt opgeworpen is dat bomen niet zichzelf toch niet kunnen verdedigen in een rechtszaal. Waarom zouden ze dan rechten moeten hebben? Maar die redenering gaat niet op, want bijvoorbeeld ook bedrijven kunnen niet zichzelf verdedigen, maar worden toch dóór mensen verdedigd.

De afgelopen decennia is er steeds meer onderzoek gedaan naar bomen waaruit blijkt dat de ondergrondse netwerken van bacteriën en schimmels in hun bouw erg veel lijken op het menselijk brein. Bomen kunnen in zekere zin denken, zelfs communiceren, zijn sociaal en kunnen misschien wel voelen. Wist je bijvoorbeeld dat bomen elkaar waarschuwen via hun ondergrondse netwerken bij een bosbrand of bij bedreigende, dominante soorten? Op basis van die berichten delen ze zelfs voedingsstoffen met elkaar.

Misschien kunnen bomen zelfs wel verhalen vertellen. Denk aan de ringen in de stam van een boom. In deze ringen zit een ingewikkelde geschiedenis, een verhaal, verborgen. Je hebt tegenwoordig steeds meer romans die bomen opvoeren als zelfstandige, zelfdenkende personages. Deze bomenromans proberen een verhaal te vertellen waarin de mens niet per definitie beter is dan de natuur. Deze romans gebruiken vaak kennis uit de biologie om op vernieuwende wijze hun verhaal te vertellen. Dat is wat we ‘arborealisme’ noemen.

<div class=”row uitleg-opdrachten darkblue”>
<div class=”col-sm-4″>

<b>Arborealisme</b>
Het schrijven vanuit het perspectief van planten op basis van biologische kennis.</div>
</div>

Opdrachten

  1. Kies één van de onderstaande literaire teksten
  2. Schrijf een analyse op van de manier waarop bomen in die tekst door de schrijver verbeeld worden. Zoek om om die analyse te schrijven antwoord op de volgende vragen.
    1. – Praten bomen ook zelf mee in deze tekst? Zo ja, wat zeggen ze? Is bomentaal anders dan mensentaal? Waarom? Als bomen niet mogen meepraten, wat kan dat zeggen over de tekst?
      -.Wat zeggen de mensen over de bomen?
      – Worden de bomen gebruikt door de mens voor een doel? Of maken de bomen misschien wel zelf keuzes?
      – Hebben de bomen in deze tekst menselijke eigenschappen gekregen? Waarom denken jullie dat? Wat vinden jullie daarvan?
      -. Zijn er delen in deze tekst die iets heel anders zeggen over bomen dan wat jullie weten of gewend zijn? Hoe komt dat, denken jullie? Wat voor effect(en) heeft dat op jullie?
      – Herkennen jullie in deze tekst iets van de kennis die jullie hebben opgedaan in het onderdeel ‘bomentaal verkennen’? Of juist totaal niet? Kunnen jullie dit gebruiken in je analyse van deze tekst? Op welke manier?
      – Vinden jullie dit een belangrijke/mooie tekst? En waarom? Zijn jullie het eens? Waarom wel/niet?

Keuzeteksten

  1. Der Naturen Bloeme [Over het beste uit de natuur] (c. 1270) van Jacob van Maerlant, hertaald door Herman Thys
  2. De Bomen(1953) van A. Alberts.

Stap 3: Het experiment

Opdrachten

  1. Vergelijk jullie analyses van de keuzeteksten. Kunnen jullie verschillen en overeenkomsten vinden tussen de uitbeeldingen en rollen van bomen in de door jullie gelezen teksten?
  2. Schrijf tijdens de discussie op wat je leert en denkt te kunnen gebruiken voor wat je straks zelf over bomen gaat schrijven.

Stap 4: De lakmoesproef

De afgelopen jaren is er een nieuw genre opgekomen in de literatuur, die van de arborealistische roman. Het genre staat erom bekend dat het nastreeft dat de lezer zich gaat inleven in een boom. De structuur van dat soort romans is vaak bijzonder en wat vervreemdend naar de lezer, omdat die kennis uit de biologie meeneemt om een ‘niet-menselijk verhaal’ te vertellen. Dit soort boeken zetten bomen en mensen vaak op één lijn in de roman en proberen bomen op te voeren als zelfstandige personages. De bomen worden niet gebruikt door de mensen, maar hebben de vrijheid om eigen doelen te hebben. Ze verkennen de relatie tussen mens en natuur. Is de mens immers niet ook gewoon een dier en deel van de natuur?

Een mooi voorbeeld uit het Nederlandse taalgebied is Govert Derix’ De Boom. Op de achterflap staat:

In De Boom heeft de natuur haar eigen taal en zet ze alles in om de wereld te behoeden voor de desastreuze gevolgen van de menselijke activiteit. […] Om hun moverende redenen besluit een steeds groter aantal bomen het heft in eigen handen te nemen. Wonderbaarlijke verdwijningen en verschijningen gaan hand in hand en de wereldorde wordt bedreigd. Dat vinden althans de presidenten van Amerika, Rusland en China. Er breekt een ‘war on trees’ uit die niet alleen bomen treft, maar de hele maatschappij. Zelfs de taal krijgt klappen.

 

Opdrachten

  • Lees  met één of twee klasgenoten een fragment uit de roman lezen. Tijdens en na het lezen van de tekst gebruiken jullie de onderstaande leesvragen voor een discussie over de tekst. Formuleer samen op iedere vraag een antwoord in minimaal één en maximaal drie zinnen.
    • Praten bomen ook zelf mee in deze tekst? Zo ja, wat zeggen ze? Is bomentaal anders dan mensentaal? Waarom? Als bomen niet mogen meepraten, wat kan dat zeggen over de tekst?
    • Wat zeggen de mensen over de bomen?
    • Worden de bomen gebruikt door de mens voor een doel? Of maken de bomen misschien wel zelf keuzes?
    • Hebben de bomen in deze tekst menselijke eigenschappen gekregen? Waarom denken jullie dat? Wat vinden jullie daarvan?
    • Zijn er delen in deze tekst die iets heel anders zeggen over bomen dan wat jullie weten of gewend zijn? Hoe komt dat, denken jullie? Wat voor effect(en) heeft dat op jullie?
    • Herkennen jullie in deze tekst iets van de kennis die jullie hebben opgedaan in het onderdeel ‘bomentaal verkennen’? Of juist totaal niet? Kunnen jullie dit gebruiken in je analyse van deze tekst? Op welke manier?
    • Vinden jullie dit een belangrijke/mooie tekst? En waarom? Zijn jullie het eens? Waarom wel/niet?

 

 

 

Stap 5: Het vrije experiment

Je gaat een monoloog schrijven vanuit het perspectief van een boom. Een monoloog is een soort betoog vanuit één spreker.

Probeer hierbij je nieuwe kennis te gebruiken. Denk daarbij zowel aan wat je hebt geleerd over de biologie van bomen, als aan de kritische blik die je met je klas hebt geworpen op de uitbeeldingen van bomen in literatuur.

Opdrachten

De tekst mag ongeveer 300 woorden zijn, maar dat is een richtlijn.Je kunt de vragen die je hebt gebruikt voor de literatuuranalyse opnieuw gebruiken voor het maken van jouw boomuitbeelding.

Je kunt jezelf vragen stellen als:

  • Hoe zou een boom praten in mensentaal?
  • Wat voor boom is er aan het woord?
  • Wat zou een boom zeggen over mensen? Of heeft hij het helemaal niet over mensen?
  • Kan ik mijn kennis over bomen meenemen in zowel de vorm van de bomentaal, als in de inhoud van wat de bomen zeggen?
  • Kan mijn boom zelf keuzes maken?
  • Wat zou een boom belangrijk vinden om te zeggen?
  • Lijkt mijn boom op een mens? Waarom zou je dat wel/niet willen?

Mocht je deze opdracht leuk of interessant hebben gevonden, zijn dit nog extra lees- en/of kijktips:

Fictie:

Non-fictie: