Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Succes!

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word bestand.
  • Computer met internetverbinding.
Ga naar stap 1

Stap 1: De voorbereiding

Om literatuur te kunnen schrijven, heb je een mix nodig van inspiratie en belezenheid. Dat idee is al eeuwenoud. Wel zijn opvattingen over de juiste mix van inspiratie en belezenheid in de loop der tijden veranderd. Voor de romantiek, zo voor 1800, was het belangrijker dat je kennis had van alles wat er voor jou geschreven was (bijvoorbeeld in de klassieke oudheid), dan dat je uit je eigen inspiratie putte. Na 1800 draaide dat om, en werden inspiratie en originaliteit het belangrijkst.

Een experiment van de schrijver Ronald Giphart en onderzoeker Folgert Karsdorp uit 2017 laat zien dat in digitale literatuur juist die ‘belezenheid’ weer belangrijker wordt. In dat experiment werd een schrijfrobot gebouwd, AsiBot, geheten. AsiBot las in totaal zo’n 10.000 Nederlandstalige en in het Nederlands vertaalde romans, circa 1 miljard woorden. Meer dan een mens ooit kan doen. AsiBot maakt op basis daarvan een model, een soort rekenschema dat patronen kan herkennen en voorspellen. Geen patronen in woorden of zinnen, zoals je misschien zou denken, maar in letters. Het model berekent voor elke letter welke volgende letter het meest waarschijnlijk is.

Een voorbeeld: stel je begint met de letter e. Dan berekent de computer welke letters waarschijnlijk zijn na een e. Nog een e is heel waarschijnlijk, maar ook een r of een n. Een z is al minder waarschijnlijk, en een a is vrij onwaarschijnlijk omdat we in het Nederlands geen opeenvolging kennen van e en a aan het begin van een woord. Kiest de computer voor ee, dan volgt daarna een nieuwe waarschijnlijkheidsverdeling. Dat er nog een e volgt, is bijvoorbeeld heel onwaarschijnlijk. (lees hier meer)

Op basis van die patronen, maakte AsiBot nieuwe stukken zin. Die stukjes zin vulde Giphart vervolgens aan tot hele zinnen, alinea’s en een verhaal. De schrijfrobot kon het schrijfwerk dus nog niet alleen af, maar in de toekomst misschien wel.

Wat AsiBot maakt, is een voorbeeld van de Electronic Literature Organisationdefinieert als digital born literature: ‘tekst met een belangrijk literair aspect die zijn voordeel doet met de mogelijkheden en contexten die een individuele computer of een netwerk van computers bieden.’ Literatuur dus die gemaakt is met behulp van wat de computer te bieden heeft: rekenkracht, maar ook communicatieve mogelijkheden. Wij noemen die literatuur in deze proef ‘digitale literatuur’.

Het verschijnsel digitale literatuur is voor literatuuronderzoekers interessant omdat dit te vergelijken is met literatuur die niet met hulp van de computer is gemaakt. Uit die vergelijking komen we mogelijk veel te weten over niet-digitale literatuur. Bijvoorbeeld: wat is inspiratie, wat draagt inspiratie bij aan het schrijven van literatuur?

In deze proef onderzoeken we het verschijnsel ‘digitale literatuur’ in de breedte: hoe wordt die gemaakt, gelezen en beoordeeld? We gebruiken steeds dezelfde termen (memex en cognitie, hierover meer in stap 2) om onderzoek te doen. In sommige opdrachten verwijzen we naar Engelstalige teksten omdat men in de productie van digitale literatuur in het Engelse taalgebied voorop loopt.

Opdrachten

  1. Een voorbeeld van digitale literatuur die gebaseerd is op de communicatieve mogelijkheden van de computer is hypertext fiction. Dat is digitale literatuur waarin stukken tekst met elkaar verbonden zijn door aanklikbare hyperlinks. Een specifieke vorm van hypertext fictie is de emailroman. We kijken naar Scott Rettbergs A Kind of Blue (a serial novel for email). Begin hier, en kijk hoe je dit boek geacht wordt te lezen. Lees vervolgens 5 minuten in dit boek. Beschrijf je leesproces in drie zinnen; kijk ook wat je kunt met de term ‘serial novel’ in de ondertitel om je leesproces te analyseren. Bespreek daarna je leesproces met een medeleerling.
  2. Een andere vorm van digitale literatuur is zogenaamde interactive literature. Ga naar Deviant: The Possession of Christian Shawvan Donna Leishman. Het boek gaat over een door demonen bezeten hoofdpersonage, en speelt zich af tegen de achtergrond van heksenvervolgingen in 1696. Lees ook hier 5 minuten in (volg de button ‘Begin’ om te beginnen). Beschrijf kort waaruit het ‘interactieve’ in dat leesproces bestaat. En welke effecten heeft dat op je leesproces?

Je hebt nu bekeken hoe het leesproces in hypertext fiction en interactive literature verloopt. In de volgende stap maak je kennis met de termen ‘memex’ en ‘cognitie’ waarmee je dergelijke leesprocessen kunt gaan onderzoeken.

Stap 2: De instrumenten

Een vraag, instrumentarium en een methode
Als je een antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, dan moet je eerst duidelijk weten wat precies je vraag is. Daarna heb je instrumenten nodig waarmee je kunt beschrijven wat je onderzoekt. In deze proef gebruiken we twee termen die je helpen om het verschijnsel digitale literatuur te analyseren: memex en cognitie. Gebruik je allemaal deze termen om hetzelfde verschijnsel te bestuderen, dan krijg je een gedeelde methode. Zo kun je kennis stapelen en vermeerderen. Ook kun je gemakkelijker discussiëren met elkaar. Alle stappen die je als onderzoeker neemt, zijn zo ook voor je discussiegenoten inzichtelijk en begrijpelijk.

Terminologie memex en cognitie uitgediept
In 1945 introduceerde de Amerikaan Vannevar Bush in het artikel As we may think het begrip memex om een systeem te beschrijven dat informatie kan opslaan en terughalen zoals de menselijke geest dat kan. Het woord ‘memex’ is een samenvoeging van memory en index. De term ‘index’ betekent ‘register’, maar verwijst ook naar een soort digitale inhoudsopgave, een hulpmiddel bij het terugvinden van informatie in een database of op een website. Volgens Bush zou een memex niet allen moeten werken op basis van vastliggende indexen, maar ook op basis van herinneringen en associaties. Want zo onthoudt de mens nu eenmaal informatie.

Bush was niet de eerste die over de werking van de menselijke geest nadacht, maar sinds de jaren 1950 gebeurt dat wel meer systematisch, in de tak van wetenschap die zich de ‘cognitiewetenschap’ noemt. Cognitiewetenschappers gaan er vanuit dat mensen zich dingen herinneren met behulp van representaties. Dat zijn voorstellingen die je in je hoofd van iets maakt. Die mentale voorstellingen worden opgeslagen in je geheugen, en worden daar onderling verbonden middels associaties.

Het vermogen van de mens om iets creatiefs (in de zin van ‘iets nieuws’) te maken, wekt veel interesse van de cognitiewetenschappers. Dat suggereert namelijk dat je loskomt van de associaties die al bestaan in je hoofd. En op dit punt wordt de cognitiewetenschap ook voor literatuuronderzoekers relevant: is schrijven te typeren als het in herinnering roepen van mentale voorstellingen die op een creatieve manier gerangschikt zijn?

Memex

‘Het vermogen van de menselijke geest om informatie op te slaan in een systeem dat een kruising is tussen een index en reeks associaties.’

Cognitie

‘Het menselijk vermogen om iets te begrijpen, op basis van voorstellingen van informatie die een mens zich in het hoofd kan maken.’

In deze stap kijken we naar de manier waarop je leesprocessen kunt onderzoeken met de termen ‘memex’ en ‘cognitie’.

Opdrachten

  1. In het boek The End of Books–or Books Without End?: Reading Interactive Narratives (2000) schetst J. Yellowlees Douglas een hele rooskleurige toekomst voor hypertext fiction. Hij kijkt terug naar allerlei experimenten die schrijvers in het verleden deden met verteltechnieken. Douglas stelt dat verhalen die geen strakke regie van de verteller of einde kennen, altijd tot de hoogste vormen van literatuur zijn gerekend. Als hypertext fiction voldoende ontwikkeld wordt, kan deze heel groots worden, stelt Yellowlees Douglas. Want het digitale medium biedt veel vrije verteltechnieken. In welke mate is van die vrijheid gebruik gemaakt in de digitale literatuur die je in stap 1 leerde kennen? Gebruikte je in je leesproces je eigen associaties, volgde je een index, of was er sprake van een combinatie van die twee? Motiveer je antwoord.
  2. In het artikel ‘Why don’t we read hypertext novels?‘ (in: Convergence: The International Journal of Research into New Media Technologies (2015), 1-16) beargumenteren literatuuronderzoekers Anne Mange & Adriaan van der Weel waarom hypertext romans geen succes zijn geworden. Tussen 2000 en 2015 verschenen er nauwelijks nog van die romans. Een van hun argumenten ontlenen Mange en Van der Weel aan de cognitiewetenschappen: literatuur schrijven mag dan gaan op basis van associaties, maar literatuur lezen is voor de menselijke geest het meest aangenaam als de schrijver de associaties en verbanden al gelegd heeft. Simpel gezegd: een roman moet je ‘grijpen’, en geen mogelijkheden bieden aan de verhaallijn te ontsnappen. Kijk vanuit deze argumentatie nog eens naar je antwoord bij de eerste opdracht bij stap 1. Hoe verhield die zich tot wat we weten over ‘literatuur die je kan grijpen’? Gaat dat ‘grijpen’ ook op voor het lezen van digitale literatuur, of hoe verloopt de cognitie daarvan?

Je hebt nu literatuur en digitale literatuur vergeleken op het punt van leesprocessen, met behulp van de analytische term ‘cognitie’. In de volgende stap leer je beoordelingscriteria voor digitale kunst en literatuur kennen, en leer je die te verbinden met opvattingen die men over de cognitie van de lezer/kijker heeft.

Stap 3: Het experiment

Om de schrijfkracht van AsiBot te testen, schreef Ronald Giphart samen met AsiBot een aanvulling op het boek Ik, robot van Isaac Asimov uit 1950. In het experiment werd gebruik gemaakt van de Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Engelstalige werk van Isaac Asimov van Leo H. Zelders uit 1966.

Asimovs boek is een zogenaamde raamvertelling: een journalist van de Interplanetaire Pers interviewt de robotpsychologe Susan Calvin. Dat is het ‘raam’ waarbinnen negen verhalen over de ontwikkeling van robots wordt verteld.

Giphart schreef samen met AsiBot een tiende verhaal in die reeks.

Opdrachten

  1. Lees deze recensie in Tzum, en  deze recensie in het Reformatorisch Dagblad over het door Giphart en AsiBot gemaakte verhaal.
    • met welke criteria wordt het verhaal beoordeeld?
    • welke cognitie wordt bij de lezer verondersteld?
  2. We maken een uitstap naar een andere kunstvorm: de schilderkunst. In 2016 maakte men ook met behulp van de rekenkracht van de computer een nieuwe Rembrandt. De computer creëerde iets nieuws op basis van bestaande schilderijen van Rembrandt. Lees hier meer over de werkwijze en het eindresultaat van het project. Kunsthistorici bogen zich over het resultaat en noemden het niet erg geslaagd: zie voor hun commentaar bijvoorbeeld dit NRC-artikel. Welke criteria leggen zij aan, en waar zijn die op gebaseerd? Welke cognitie wordt bij de kijker verondersteld? En hoe verhoudt die zich tot de cognitie van de lezer?

In deze stap heb je reacties op het product van schrijfrobot AsiBot beoordeeld en een nieuw gemaakte Rembrandt beoordeeld om te zien welke opvattingen over de lezers-/kijkerscognitie in de beoordeling een rol spelen. In de volgende stap ga je software bekijken die digitale literatuur helpt te schrijven. In hoeverre bepaalt wat we weten over de cognitie van een lezer deze schrijfsoftware?

Stap 4: De lakmoesproef

AsiBot maakt nieuwe stukjes literatuur op basis van berekeningen van patronen in letters. De meeste onderzoekers die schrijfrobots maken, kiezen voor een andere aanpak. Ze zoeken naar patronen in woorden in literatuur. Ze kijken bijvoorbeeld naar welke woorden er vaak in voorkomen, en hoe die verspreid staan in een tekst. Ook kijken ze hoe welke woorden bepaalde emoties weergeven. Zo hopen uitgevers te kunnen voorspellen welke boeken best sellers kunnen worden. Of worst sellers, boeken die floppen als ze zouden worden uitgebracht. In theorie zou je met kennis over die patronen ook nieuwe literatuur kunnen maken. Als je op basis van die patronen algoritmen schrijft (instructies voor de computer om tekst te gaan schrijven waarin de kennis over die patronen verwerkt zit) zou er literatuur uit die algoritmen moeten rollen.

Maar zover zijn we nog niet. We gaan nu kijken naar software die dat schrijfproces computermatig analyseert en stuurt om te zien welke aannames over de cognitie van de lezer er in die software zit.

Opdrachten

  1. Sinds 2001 is er een programma op de markt dat je een nieuwe roman helpt schrijven: New Novelist. Kijk naar versie 3 van die software op deze site. Kijk ook naar screenshots van het programmaen de demo. Stel nu vast hoe het programma de schrijver stuurt. Welke aspecten van een roman analyseert het programma, waar biedt het hulp? En wat zegt dat over de opvatting van de cognitie van de lezer waar de software vanuit gaat?
  2. Wordt er in deze software rekening gehouden met de mogelijkheid dat verhaallijnen niet strak door de verteller geregisseerd worden, iets wat Yellowlees Douglas kenmerkend acht voor grote literatuur sinds circa 1800?

In de volgende stap ga je met alle voorgaande kennis gewapend zelf analyses maken van drie soorten Nederlandstalige digitale poëzie.

Stap 5: Het vrije experiment

In deze laatste stap ga je zelf oordelen over drie vormen van Nederlandse digitale literatuur. Je bestudeert ze alle drie met behulp van wat je over de cognitie van de lezer te weten bent gekomen in de vorige stappen.

Opdrachten

  1. Lees het verhaal dat Giphart met AsiBot maakte, in een versie waarin te zien is wie welke zinnen bijdroeg. Wat vind je van de inbreng van de computer? En hoe of in hoeverre heeft Giphart rekening gehouden met de cognitie van de lezer toen hij toevoegingen deed? (NB: de naam Nescimov staat voor Nescio, Revimov voor Van het Reve en Hembot voor Hemmerechts).
  2. Een van de weinige Nederlandse auteurs die gebruik maakt van de communicatieve mogelijkheden van de computer, is Tonnus Oosterhoff. Tussen 1998 en 2014 schreef en publiceerde hij ‘poëzie in beweging’op een website. Bekijk een deel van de gedichten zoals die zijn verzameld, en stel een rijtje met criteria op waarop je deze poëzie zou kunnen beoordelen. Kijk vervolgens naar een recensie van Oosterhoffs werk in Trouw, en dan met name naar de zinnen: ‘Uit dit schijfje [de recensent keek in 2002 naar een versie op cd-rom, niet naar de website] blijkt pas echt hoe woord- en zingevoelig het in deze bundel toegaat en wat het betekent als je naar een beweeglijk gedicht streeft, een gedicht dat geen betekenis insluit, maar tal van betekenissen ontsluit. Een gedicht ook dat talloze gedichten genereert – het is een opgetogen makende ervaring. Met een bundel als deze staat de poëzie in directe verbinding met de zusterkunsten, de muziek en de beeldende kunst.’ Welke criteria heeft deze recensent? Hoe kun je die criteria omschrijven met behulp van de term cognitie? Wat veronderstelt de recensent dus over de cognitie van de lezer?
  3. Een groep onderzoekers uit Utrecht maakte een schrijfrobot, PromoBot, die nieuwe zeventiende-eeuwse teksten kan schrijven. De robot kijkt naar patronen in woorden in bestaande zeventiende-eeuwse teksten, en maakt op basis daarvan nieuwe. De onderzoekers doen ook nog veel zelf: de robot geeft suggesties, de onderzoekers kiezen daaruit opties. Lees hier meer over PromoBot, en beoordeel het product dat computer en onderzoekers samen gemaakt hebben vanuit wat je weet over cognitie.

Verder lezen