Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Succes!

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word-bestand
Ga naar stap 1

Stap 1: De voorbereiding

Als je op school literatuur gaat lezen, leer je langzamerhand allerlei hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur kennen. Je volgt als het ware een uitgestippeld pad langs al die hoogtepunten. We noemen zo’n selectie van hoogtepunten ook wel een ‘canon’. De vele andere boeken die niet op dit pad liggen, krijg je niet te lezen. Dat pad houdt dus hoogtepunten bij elkaar, maar sluit ook andere literatuur uit. Voor literatuuronderzoekers is het interessant te bekijken wat die hoogtepunten bij elkaar houdt. Wie of wat bepaalt welke boeken tot de canon behoren? En wat zegt die selectie over het beeld van de Nederlandse literatuur dat jij op school voorgespiegeld krijgt? In deze proef doe je zelfstandig onderzoek naar deze vragen.

Opdrachten

  1. Maak een lijst van alle Nederlandse literatuur die je tot nu toe op school las. Zet daarop ook teksten waarvan je alleen fragmenten las. Als klas kun je deze opdracht ook samen doen, omdat er veel overlap zal bestaan tussen de lijsten van elke afzonderlijke leerling.
  2. Voor de geschiedenislessen op school werd in 2006 in opdracht van de overheid de ‘Canon van Nederland’ vastgesteld. Die canon bestaat uit de vijftig door een commissie geselecteerde ‘vensters’ die samen een overzicht moeten bieden van wat iedereen in Nederland in elk geval zou moeten weten van de geschiedenis en cultuur van Nederland. Hoewel Nederlandse scholen niet verplicht zijn om zich hieraan te houden, heeft deze canon een grote invloed gehad op het geschiedenisonderwijs. Bekijk de vensters hier of hier, en zoek antwoord op twee vragen:
    1. welke literatuur staat er in deze canon?
    2. is dat ook de literatuur die jij al las op school (zie opdracht 1)?

Je hebt nu een eerste inventarisatie gemaakt van Nederlandse literatuur die je met je klasgenoten al las, en gezien dat de overheid een canon kan bepalen. Een canon die specifiek over de Nederlandse literatuur gaat, heeft die overheid niet vastgelegd. Voor het schoolvak Geschiedenis werd er wel een gemaakt, en je ziet dat sommige literatuur – en wellicht juist niét de literatuur die je bij Nederlands las – die canon gehaald heeft. In de volgende stap krijg je termen aangereikt waarmee je kunt gaan analyseren hoe canons precies tot stand komen.

Stap 2: instrumenten

Een vraag en instrumentarium
Als je een antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, moet je eerst weten wat precies je vraag is. Daarna heb je instrumenten nodig waarmee je heel precies kunt beschrijven wat je onderzoekt: eenduidige begrippen of concepten die het voor jezelf, maar ook voor anderen duidelijk maken waar je naar kijkt. Zoals je een pipet of een reageerbuis gebruikt om de aanwezigheid van een scheikundige stof aan te tonen, zo gebruik je concepten om vat te krijgen op teksten. Je kunt beter discussiëren met elkaar als je op dezelfde manier, met dezelfde instrumenten, analyseert. Als vraag nemen we in deze proef: ‘Wat bepaalt of een tekst tot de Nederlandse literaire canon hoort?’. Als instrumenten gebruiken we de begrippen ‘canon’ en ‘canonkritiek’.

De begrippen ‘canon’ en ‘canonkritiek’ uitgediept
Het woord ‘canon’ komt uit het oud-Grieks, en sloeg eerst alleen op een ‘riet’ of ‘staaf’ die als meetinstrument werd gebruikt. Later kreeg ‘canon’ ook de betekenis van ‘wet’of ‘regel’. Vanaf de vierde eeuw na Christus kreeg het woord de betekenis waarin we het nu gebruiken, ‘een lijst van geselecteerde teksten’. Aanvankelijk ging het vooral om een selectie van religieuze teksten. Tegenwoordig verwijst het woord eerder naar een selectie van teksten die breed gewaardeerd worden om hun niveau en cultureel belang.

De Amerikaanse literatuurwetenschapper Harold Bloom presenteerde in zijn boek The Western Canon: The Books and School of the Ages in 1994 een lijst van werken die volgens hem thuishoorden op die literaire, Westerse canon van alle tijden. Hij ging er vanuit dat over die canon overeenstemming te krijgen is. Volgens Bloom hebben deze teksten een universele, altijd geldige waarde die in de kwaliteit van die teksten zelf zit.

Veel onderzoekers, onder wie de Nederlandse literatuuronderzoeker Maaike Meijer, hebben zich tegen dat idee verzet. Zij wijzen erop dat de canon gemaakt wordt door mensen. De selectie wordt niet bepaald door de kwaliteit van literaire werken zelf, maar door de voorkeuren van de mensen die de teksten selecteren. Door die voorkeuren zijn er veel teksten van vrouwen en niet-Westerse auteurs veel minder goed vertegenwoordigd in de canon, betogen zijn in hun canonkritiek. De Amerikaanse literatuuronderzoeker Margaret Cohen sprak in dit verband over ‘The Great Unread’: de vele teksten en auteurs die in de afgelopen eeuwen buiten de canon zijn gevallen en daardoor ‘ongelezen’ blijven.

Canon: ‘Een verzameling teksten die in de loop der tijd tot de literatuur gerekend wordt op grond van erkenning van de (literaire) waarde ervan.’ Die teksten noemen we ook wel ‘canoniek’.’

The Great Unread: ‘het geheel aan teksten dat in de loop van de geschiedenis buiten de canon terechtgekomen is.’

Canonkritiek: ‘de poging om de selectie van canonieke teksten ter discussie te stellen.’

Opdrachten

  1. In 2002 hield de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, een vereniging van Nederlandse literatuuronderzoekers, een enquête onder alle leden om een canon van de Nederlandse literatuur vast te stellen. De Maatschappij der Nederlandse letterkunde is geen overheidsinstelling, maar heeft mogelijk door het opstellen van die canon toch veel invloed uitgeoefend op wat er op Nederlandse scholen wordt gelezen. Vergelijk de lijst van canonieke Nederlandse literatuur die de Maatschappij maakte met de lijst die je in stap 1 samenstelde (boeken/fragmenten die jij op school las). Zie je overeenkomsten, verschillen?
  2. De Maatschappij vroeg ook aan de leden welke boeken eigenlijk wel op die canon zouden thuishoren, maar in de loop der tijden vergeten zijn. Ook daarvan werd een lijst gemaakt. Bekijk deze lijst van ‘ten onrechte vergeten boeken’. Behoren deze titels en auteurs volgens jou tot ‘The Great Unread’? Waarom wel of niet?
  3. Formuleer nu zelf canonkritiek en betrek daarin je antwoord op vraag 2: welk boek, welke auteur of welk type van boeken en auteurs ontbreekt volgens jou ten onrechte in de canon van de Maatschappij, en waarom?

Je hebt nu gezien dat niet alleen de overheid, maar ook experts (in dit geval: onderzoekers gespecialiseerd in de Nederlandse literatuur) kunnen bepalen wat er wel en niet in een canon wordt opgenomen. In dit geval gebruikten onderzoekers een enquête om invloed uit te oefenen. In de volgende stap onderzoek je een ander middel dat ze gebruiken: de literatuurgeschiedenis.

Stap 3: experiment

Literatuuronderzoekers schrijven literatuurgeschiedenissen om een overzicht te geven van wat er aan literatuur gemaakt is in een bepaalde taal of een bepaald gebied. De opzet van die literatuurgeschiedenis bepaalt welke boeken wel en niet genoemd worden. Een literatuurgeschiedenis over alleen boeken die door vrouwen geschreven zijn, ziet er bijvoorbeeld anders uit dan een literatuurgeschiedenis over mannelijke schrijvers. Elke literatuurgeschiedenis werkt canoniserend, dat wil zeggen: bepaalt de canon. Boeken die er niet in genoemd worden, krijgen minder aandacht van de onderzoekers die de literatuurgeschiedenis schrijven. Die onderzoekers dienen als gidsen voor lezers die zelf geen experts zijn en die afhankelijk zijn van zo’n literatuurgeschiedenis. Kijk maar naar je eigen situatie: leerlingen en docenten hebben houvast aan de literatuurgeschiedenis die je op school gebruikt. Die deelt de geschiedenis bijvoorbeeld in in perioden (‘dit boek hoort bij de romantiek, dit hoort bij de middeleeuwen etc.’).

Je gaat onderzoek doen naar twee literatuurgeschiedenissen: een Nederlandstalige literatuurgeschiedenis uit 1993 en een Engelstalige literatuurgeschiedenis uit 2009. Doel van je onderzoek is te bepalen welke criteria beide literatuurgeschiedenissen aanhouden om een boek wel of niet te bespreken. Welk idee van de Nederlandse canon zit achter die keuze?

Opdrachten

We gaan werken met twee fragmenten uit de voorwoorden van twee Nederlandse literatuurgeschiedenissen. In die voorwoorden beschrijven de makers van de literatuurgeschiedenis hun selectiemethoden voor de literatuur die ze behandelen in hun geschiedenis. Het eerste fragment is afkomstig uit Nederlandse literatuur, een geschiedenis (1993) en is geschreven door Riet Schenkeveld-van der Dussen. Het tweede komt uit A literary history of the Low Countries (2009) en is geschreven door Theo Hermans. Deel de klas op in twee groepen. De eerste groep leest het eerste fragment en de tweede groep het tweede. Vervolgens vindt een discussie plaats.

In de vorige stap maakte je kennis met Harold Blooms visie op de literaire canon. In zijn optiek is het mogelijk om een lijst van boeken op te stellen die volgens tijdloze en universele criteria het etiket ‘goede literatuur’ verdienen. Dat etiket is dus niet van tijd en plaats afhankelijk. Of een tekst canoniek wordt, hangt slechts af van de objectief waarneembare kenmerken van die tekst.

Lees nu dit fragment uit het voorwoord van Nederlandse literatuur. Hoe verschilt Schenkevelds visie op de canon en literatuurwaardering van die van Bloom? Maak een korte notitie waarin je beide standpunten van Bloom en Schenkeveld beschrijft.

In de vorige stap maakte je kennis met Harold Blooms visie op de literaire canon. In zijn optiek is het mogelijk om een lijst van boeken op te stellen die volgens tijdloze en universele criteria het etiket ‘goede literatuur’ verdienen. Dat etiket is dus niet van tijd en plaats afhankelijk. Of een tekst canoniek wordt, hangt slechts af van de objectief waarneembare kenmerken van die tekst.

Lees nu dit fragment uit het voorwoord van A literary history of the Low Countries. Hermans schreef deze Nederlandse literatuurgeschiedenis voor een internationaal publiek. Dat heeft gevolgen voor de canon die hij wil belichten. Bekijk met name wat hij zegt over de Nederlandse en Vlaamse literatuur. Hoe verschilt Hermans’ visie op de canon en literatuurwaardering van die van Bloom? Maak een korte notitie waarin je beide standpunten van Bloom en Hermans beschrijft.

Bespreek nu klassikaal jullie bevindingen. Gebruik je aantekeningen om, geïnformeerd door de standpunten van Schenkeveld en Hermans, te reageren op de volgende twee stellingen:

  1. De selectie van boeken voor de Nederlandse canon moet alleen gebaseerd zijn op tekstkwaliteit.
  2. We moeten de canon afschaffen zodat we plaats maken voor boeken die tot The Great Unread behoren.

Je hebt nu gezien dat overheid en experts kunnen bepalen wat in een literaire canon terechtkomt. In de volgende stap kijk je naar een derde factor: de publieke opinie.

Stap 4: lakmoesproef

In 2015 hebben de Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL) en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) zich verzet tegen de canon zoals die in 2002 door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (zie stap 3) opgesteld was. Het Vlaamse het idee gelanceerd om een ‘dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaamse perspectief’ te gaan maken. Zoals dat in een democratie gaat, volgden ook daarop weer veel reacties: de canon werd onderdeel van een publiek debat. Om te zien hoe je toe kan passen wat je tot nu toe over de canon leerde, lees je in deze stap een discussiebijdrage van literatuuronderzoeker Laurens Ham.

Opdrachten

  1. Lees Sluit de canon niet op in zijn ark van Ham. Beschrijf in 300 woorden wat volgens Ham ‘The Great Unread’ dreigt te worden als die canon van 51 werken de nieuwe norm wordt, en welke oplossing hij aandraagt om dat risico te vermijden.
  2. Komen er boeken die Ham wél tot de canon zou willen laten horen voor op de lijst die je in stap 1 maakte, van boeken/fragmenten die je al las op school? Zo nee, wat zegt dat over jouw leeslijst en welke canonkritiek kun je daarop dus formuleren?

Je hebt nu één bijdrage aan dat publieke debat bekeken. Nadat je eerder al bekeek hoe overheid en experts invloed uitoefenden op de canon, ga je in de laatste stap het publieke debat over de Nederlandse canon van de afgelopen jaren onderzoeken. Wat is de huidige stand van zaken?

Stap 5: vrij experiment

De publieke opinie en het publieke debat worden niet alleen gestuurd door discussiebijdragen van Ham zoals je die in stap 4 las, maar ook door andere elementen. In deze stap ga je daarnaar op zoek.

Opdrachten

  • Speur in Nederlandse kranten verschenen voor en na het opiniestuk van Ham (2015) naar opvattingen over de Nederlandse canon. Wat is er sinds die tijd allemaal door wie geschreven en betoogd in die kranten? Schrijf in een essay van 500 woorden de hoofdlijnen van de resultaten van je onderzoek op, en geef op die hoofdlijnen ook je eigen visie. In welke richting gaat het debat, en wat vind je daarvan?

Wil je meer onderzoek doen naar dit onderwerp, of ben je benieuwd naar andere mogelijkheden voor het schrijven van een profielwerkstuk over literatuur? Klik dan op de knop ‘Profielwerkstuk’ hieronder.