Hoe werkt het?

In elke proefopstelling doorloop je 5 stappen:

  1. De voorbereiding
  2. De instrumenten
  3. Het experiment
  4. De lakmoesproef
  5. Het vrije experiment

Noteer je antwoorden op de vragen op papier of in een Word-bestand.

Succes!

Wat heb je nodig?

  • Pen en papier of een leeg Word-bestand
  • Koptelefoon of oortjes
Ga naar stap 1

Stap 1: De voorbereiding

Wie maakte het eerste gedrukte boek?
Toen de Italiaanse geleerde
Enea Silvio Piccolomini in 1455 de boekenbeurs in Frankfurt bezocht, kon hij zijn ogen niet geloven. De zoon van een Duitse stoffenhandelaar, ene Johannes Gutenberg, verkocht daar vuistdikke bijbels. Die had hij naar eigen zeggen met een machine (‘drukpers’) gemaakt. Er leek geen woord van gelogen, het moest wel waar zijn. Nog nooit had Piccolomini een handschrift gezien – want in die tijd circuleerden alleen met de hand geschreven kopieën van teksten in Europa – waarin de letters zo scherp en gelijkvormig waren. Bovendien verkocht Gutenberg de bijbels in de astronomische oplage van 180 stuks. Een productie die met handgeschreven kopieën meer dan 500 jaar gekost zou hebben.

Piccolomini was enthousiast. Hij voorzag de revolutie die Gutenbergs drukpers na 1455 zou brengen. Zogenaamde ‘kopiisten’ deden op dat moment jaren over het maken van één exemplaar van een tekst. En dus was kennis in geschreven en overdraagbare vorm duur. Alleen de katholieke kerk en de adel waren rijk genoeg om dergelijke handgeschreven boeken (ook wel: manuscripten) te kunnen betalen. Maar dankzij de drukpers van Gutenberg konden nu ook de boeren en de leerlooiers zich een eigen exemplaar van de bijbel veroorloven.

Piccolomini – de latere paus Pius II (1458- 1464) – begreep de waarde van de technologie. Hij kon alleen niet voorzien hoezeer de verspreiding van kennis machtsverschuivingen in de hand zou werken. Hij zou niet meer meemaken hoe diezelfde drukpers het gezag van de katholieke kerk voorgoed zou ondermijnen. Na Gutenbergs bijbel werden nog heel veel andere bijbels gedrukt om te voorzien in de behoefte van gelovigen om zelf Gods woord te lezen. Allerlei schrijvers kwamen met een eigen vertaling van de oorspronkelijke bijbelteksten. Die verschillende vertalingen werden vergeleken. Effect was dat iedereen het geloof kritisch ging bekijken. Het eigen boekenbezit en de vrije verspreiding van informatie bleken het begin van de Reformatie en de Verlichting. Dat is de periode in de Europese geschiedenis waarin steeds grootschaliger over politieke en religieuze zaken werd gedebatteerd.

Onderzoekers discussiëren nog altijd over de vraag of de uitvinding van de drukpers oorzaak of gevolg was. Werd de drukpers uitgevonden en werd daarmee kennis verspreid? Of vond men de drukpers uit omdat de behoefte aan het delen van kennis groter werd? Maar feit is dat de wereld van het gedrukte boek er anders uit ging zien dan de wereld van het handgeschreven boek.

Waarom vinden literatuuronderzoekers vroege drukken interessant?
Het boek is niet alleen als drager van informatie, maar ook als object interessant voor literatuuronderzoekers. Die zijn niet alleen geïnteresseerd in de inhoud van teksten (wat staat er?), maar ook in de media en materialen die die teksten helpen verspreiden. Want het zijn vaak die media die ervoor zorgen dat teksten een grote rol in samenlevingen kunnen spelen. De media geven brede, dan wel smalle toegang: een manuscript was er voor enkelen, en het gedrukte boek voor heel velen.

In het geval van Gutenbergs uitvinding zorgde mediatechnologie voor een grotere impact van teksten: in gedrukte vorm konden ze meer en grotere groepen lezers bereiken. Die lezers konden zichzelf daarmee over kwesties van geloof en politiek informeren. Ze kregen een stem in wat de Duitse filosoof Jurgen Habermas ‘de publieke ruimte’ noemde. Dat is een virtuele ruimte waarin middels massamedia publieke debatten gevoerd kunnen worden.  

Voor boekwetenschappers is de overgang van handgeschreven naar gedrukte teksten een sleutelmoment in de mediageschiedenis. In deze proef bestuderen we dit historisch moment door verschillende vroege drukken te vergelijken met oude handschriften. Wat veranderde er in het gedrukte medium? En wat kun je daaruit afleiden over de impact die gedrukte teksten op hun lezers gehad zullen hebben? En over de manier waarop de productiewijze van teksten dus de verspreiding van teksten beïnvloedde?

Opdrachten

  1. Bekijk hoe de Engelse schrijver en presentator Stephen Fry een pagina drukt met een replica van Gutenbergs drukpers. Bekijk het fragment van 46:24 tot 51:35. Bedenk wat je allemaal moet doen om op deze manier een boek van 50 verschillende pagina’s te drukken.
  2. Wat zijn volgens jou de overeenkomsten tussen de uitvinding van de drukpers en het internet? Kun je een effect van de laatste uitvinding bedenken dat interessant is om te onderzoeken?

In deze eerste stap maakte je kennis met een literatuurhistorisch probleem: de effecten van nieuwe druktechnologie in de vijftiende eeuw. Dat probleem geeft aanleiding tot allerlei wetenschappelijke vragen. In de volgende stap maak je kennis met een methode waarmee je zulke vragen systematisch kunt beantwoorden. Je ziet hoe je gedrukte boeken van manuscripten kunt onderscheiden. En gaat dieper in op termen als ‘katern’, ‘katernsignatuur’ en ‘verluchtigen’.

Stap 2: De instrumenten

Een vraag, instrumentarium en een methode
Als je een antwoord wilt vinden op wetenschappelijke vragen, dan moet je eerst heel duidelijk weten wat precies je vraag is. Daarna heb je instrumenten nodig waarmee je kunt beschrijven wat je onderzoekt. In het geval van de analyses van handschriften en vroege drukken heb je veel aan termen die de karakteristieke kenmerken van het materiaal van boeken. Daarnaast heb je een methode nodig, een systematische manier om tot nieuwe kennis te komen. Iedereen die met die methode werkt, gebruikt dezelfde instrumenten. Kennis die je met die instrumenten krijgt, kan zo gestapeld en vermeerderd worden. Ook kun je discussiëren met elkaar als je langs dezelfde methode kennis verkregen hebt. Alle stappen die je als onderzoeker neemt, zijn immers voor je discussiegenoten inzichtelijk en begrijpelijk.

Katern, katernsignatuur en verluchtigen uitgediept
In deze proef onderzoeken we wat er precies veranderde dankzij de boekdrukkunst, en wat er misschien hetzelfde bleef. Op sommige punten verschillen boeken en handschriften enorm. In gedrukte boeken werden de pagina’s bijvoorbeeld niet afzonderlijk gemaakt. Vaak werden er vier, acht of zelfs twaalf pagina’s op één groot vel gedrukt. Zo’n vel dat opgedeeld is in verschillende pagina’s, noemen we een katern. Vele katernen samen maken één boek. Je kunt die katernen aan elkaar naaien. In Gutenbergs tijd was dit de taak van de boekbinder.

Maar hoe kon een binder nu weten of hij de katernen in de juiste volgorde achter elkaar zette? Daarvoor gebruikte men katernsignaturen. Dat wil zeggen dat iedere pagina uit een katern een apart teken kreeg. Vaak een letter met een cijfer, maar ook wel een teken als de * met een cijfer.

Op sommige punten bleven, ondanks de technologische vernieuwingen, boeken op handschriften lijken. Zo bleef de tekst vaak verdeeld in twee kolommen. En werden de initialen – de grote letters aan het begin van een alinea – en ‘verluchtigingen’ nog altijd aangebracht. Lezers die al een handgeschreven manuscript hadden, waren aan die opmaak immers gewend. Met het handhaven van die opmaak wilde men de overstap naar een nieuw medium zo gemakkelijk of aanlokkelijk mogelijk maken. 

Katern

‘een al dan niet beschreven of gedrukt vel papier of perkament, dat één of meer keer (doorgaans in het midden) is gevouwen.’

Katernsignatuur

‘Een combinatie van een letter en een cijfer, geplaatst in het staartwit onderaan de rechte zijde van de bladen in de eerste helft van ieder katern van een codex of druk.’

Verluchtigen

Het ‘verlichten’ van pagina’s in een handschrift of druk met stralende kleuren of bladgoud.

De drukkers gingen ervan uit dat nieuwe technologie sneller populair wordt als de mensen het oude product blijven herkennen. Vergelijk het met de producten van Apple. De digitale boeken op je tablet of iPhone imiteren het uiterlijk van oude boeken: ze hebben een kaft, je kunt een boekenlegger achterlaten en bij het ‘omkrullen’ van de pagina’s hoor je het geritsel van een papieren boek. En het woord ‘tablet’ verwijst zelfs nog verder terug. Hadden de oude Egyptenaren ooit gedacht dat wij de ‘kleitabletten’ waar zij hun teksten in graveerden nog altijd als model zouden gebruiken voor onze moderne dragers van tekst?

In deze proef onderzoek je hoe ver de vroegmoderne drukkers gingen om hun gedrukte boeken de look and feel van een handgeschreven boek te geven. Bedenk wel: heel veel mensen uit dat nieuwe leespubliek had nog nooit een manuscript gezien of in handen gehad. Dat gaf dus mogelijk ook ruimte tot vernieuwing, want een referentiekader had dat deel van het publiek niet. Op wat voor nieuwe ideeën bracht dat drukkers om de inhoud van teksten op andere manieren onder de aandacht van lezers te brengen?

Opdrachten

  1. Maak een dummy van een gedrukt boek, om te zien hoe zoiets in elkaar werd gezet. Neem een A4tje dat je drie keer vouwt. Zet nu op elke voorpagina van je gevouwen A4tje een katernsignatuur, en ook een paar woorden. De voorkant van pagina 1 noem je bijvoorbeeld A1, de voorkant van pagina 2 dan A2, en zo voort. Vouw nu je A4tje open, en kijk hoe alle katernsignaturen en woorden staan. Wat zegt dit over de manier waarop boeken gezet werden in de tijd van Gutenbergs drukpers? En welke fouten konden gemaakt worden?
  2. Bekijk de pagina hieronder, uit een toneelstuk van Vondel. Zie je het katernsignatuur? Wat werd nog meer gedaan om fouten te voorkomen, zie je iets opvallends aan de manier waarop de tekst gezet is?
  3. Lees meer over ‘verluchtiging’ van boeken in de middeleeuwen. Waarom werden boeken ingekleurd? Zochten de vroege boekdrukkers die effecten ook, en hoe zou je dat kunnen onderzoeken?

Nu weet je met welke termen je de overgang van handschriften naar gedrukte teksten kunt beschrijven en herkennen. In de volgende stap ga je met deze termen experimenteren. Je bekijkt enkele gedigitaliseerde teksten uit de veertiende en vijftiende eeuw, soms met prachtige illustraties. Een daarvan is de Gutenbergbijbel, het eerste gedrukte boek in de Westerse geschiedenis. Want let wel, veel wetenschappers denken dat de Chinezen Gutenberg al lang voor waren, en dat het eerste boek in China werd gedrukt.

Stap 3: Het experiment

Tijdens het experiment kun je zelf aan de slag met de instrumenten die je in de vorige stap hebt leren hanteren. In deze proef experimenteer je met onderzoek naar oude drukken en handschriften. Vele bibliotheken hebben hun oudste werken digitaal beschikbaar gemaakt met zeer gedetailleerde scans. Zo hoef je niet meer naar het archief om een eerste indruk van het materiaal te krijgen. Met behulp van deze scans onderzoek je de overgang van handschrift naar gedrukte tekst en beschrijf je de overeenkomsten en verschillen.

Opdrachten

  1. Vergelijk de eerste pagina van Genesis van de handgeschreven Anjou Bijbel (Napels, 1300-1350) (ga naar scan 00017), met die van de gedrukte Gutenberg Bijbel(Mainz 1450-1455). Beide bevatten dezelfde Latijnse tekst uit de zogenaamde Vulgaatvertaling (In principio creavit Deus cælum et terram…). Vind je dat de nieuwe druktechniek ook tot en grote verandering leidde in het uiterlijk van een pagina? Had je dit vermoeden al voor je naar deze pagina’s keek? En waar was dat vermoeden op gebaseerd?
  2. Welke verschijnselen op die pagina’s zijn veroorzaakt door een streven naar leesbaarheid? En welke door een streven naar ‘verluchtiging’? Hoe kun je je antwoord onderbouwen?
  3. Vergelijk de handgeschreven Anjou Bijbel met de handgeschreven Rijmbijbel van Jacob van Maerlant (1271, in het Middelnederlands). Kost het je moeite om te zien dat het handschriften zijn, of is dat in één oogopslag duidelijk? Welke onderzoeksvraag kun je op basis van die vergelijking formuleren? 
  4. Kijk nu hieronder naar een pagina uit het Princesse liet-boec, gedrukt in Amsterdam in 1605. Wat deed deze vroegmoderne drukker om extra aandacht op bepaalde delen van de tekst op deze pagina te vestigen? Hoe verhoudt dat zich tot middeleeuwse technieken van verluchtiging (qua kosten, qua effect)?

Princesse_liet_boec

Exemplaar Koninlijke Bibliotheek Den Haag, 1605.

In deze stap analyseerde je concreet materiaal: je bestudeerde digitale scans van oude bijbels en andere teksten. Nu je het materiaal systematisch hebt onderzocht, kun je in de volgende stap reflecteren op je bevindingen.

Stap 4: De lakmoesproef

Met de lakmoesproef test je wat je te weten bent gekomen tijdens het experiment. Wat gebeurde er precies met het boek na de uitvinding van de boekdrukkunst? Welke veranderingen heb je gezien, en wat bleef hetzelfde? Welke problemen deden zich voor bij het drukken van boeken?

Opdrachten

Schrijf een essay van 500 woorden waarin je één van de volgende stellingen onderbouwt of weerlegt:

  • De overgang van handgeschreven naar gedrukte teksten was een revolutie in het productieproces, maar niet in het uiterlijk van boeken.
  • Dankzij de vele manieren om fouten te voorkomen tussen drukkers, zetters en binders, bevatten gedrukte teksten waarschijnlijk minder fouten dan de boeken die met de hand gekopieerd waren.
  • De kunstenaar in dit filmpje heeft de vorm van het boek ondergeschikt gemaakt aan de inhoud.

In deze lakmoesproef nam je wat afstand en reflecteerde je op het experiment. Op basis van je bevindingen gaf je argumenten voor of tegen een van de stellingen. In de volgende stap kun je op een vrijere manier aan de slag met dit onderwerp. Nu je nieuwe kennis hebt opgedaan, is er ruimte om verder te kijken.

Stap 5: Het vrije experiment

In het vrije experiment is er ruimte om naar eigen inzicht verder onderzoek te doen met de instrumenten en tools die we in deze proef gebruikt hebben, bijvoorbeeld ook als opstapje voor het schrijven van een profielwerkstuk. Daarnaast is het vrije experiment een ruimte voor creatief schrijven. We geven je richtlijnen om creatief te reflecteren op de thema’s die in deze proef aan de orde kwamen.

Opdrachten

Kies een van de onderstaande opdrachten.

  1. Omdat boeken in de vroegmoderne tijd met de hand werden ingebonden, kon elk exemplaar anders in elkaar zitten. Je kunt natuurlijk niet elk exemplaar doorspitten om te zien of er iets is veranderd, maar er is een methode bedacht om dat te onderzoeken: je neemt een ‘vingerafdruk’ van een exemplaar. Lees hier wat zo’n vingerafdruk precies is. Lees nu van Ingrid Weekhout het artikel ’Betrapt of verraden?
    Een Rotterdams voorbeeld van zeventiende-eeuwse boekencensuur
    ’. Hoe kan die vingerafdrukmethode dergelijk onderzoek naar de precieze gang van zaken van censuur in de vroegmoderne tijd vooruit helpen? Beschrijf je bevindingen, waarin je naar de gelezen teksten verwijst, in minimaal 1 A4.
  2. Er is een database waarin je titelbeschrijvingen van vrijwel alle boeken binnen de landsgrenzen van het huidige Nederland gedrukt  tussen 1550-1800 kunt vinden: de Short Title Catalogue Netherlands. Met complexe zoekacties in die database kun je patronen in de toenmalige boekproductie onderzoeken. Bijvoorbeeld: werden er in de loop van die eeuwen steeds meer of minder boeken met illustraties geproduceerd? Werden er in die periode meer Nederlandstalige boeken of boeken in een andere taal uitgegeven? Dergelijke zoekacties kun je doen met een zoektool gebaseerd op de programmeertaal SPARQL. Ken je die taal al, kun je meteen aan de slag met de tool en vragen gaan opstellen. Wil je de taal leren kennen om vragen te gaan stellen, lees dan eerst deze handleiding (met antwoorden die je helpen bij het oefenen) en eventueel ook deze en deze uitleg.

Verder lezen

  • A. Baggerman, Over leven, lezen en schrijven: De bandbreedte van boekgeschiedenis. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Geschiedenis van Uitgeverij en Boekhandel aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam:  Vossiuspers UVA, 2010. Zie: http://dare.uva.nl/document/214165.
  • Jeroen Blaak, Geletterde levens: dagelijks lezen en schrijven in de vroegmoderne tijd in Nederland 1624-1770. Hilversum: Verloren, 2004.
  • Roger Chartier, The Order of Books: Readers, Authors, and Libraries in Europe Between the Fourteenth and Eighteenth Centuries, vert. Lydia G. Cochrane. Stanford: Stanford UP, 1994.
  • Piet Verkruijsse, ‘Custodiaal geheimschrift’, De boekenwereld 22 (2005-2006), 157-158, zie: http://www.dbnl.org/tekst/_boe022200501_01/_boe022200501_01_0028.php
  • D. Hogenelst en F. van Oostrom, Handgeschreven wereld; Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam 1995.

Bestudeer het materiaal van het internet

In deze proef heb je kennisgemaakt met de historische veranderingen van het boek als object. In de proef stond de overgang van geschreven teksten naar gedrukte teksten centraal, maar er zijn nog talloos veel meer ontwikkelingen geweest in de vorm van het boek of van tekst in het algemeen, denk maar aan kranten, ‘glossy’ tijdschriften, posters en niet te vergeten: het internet. Je profielwerkstuk is een mooie plek om eens dieper in te gaan op één van die ontwikkelingen. Bekijk ter inspiratie eens dit filmpje over ‘het boek in een digitale wereld’, gemaakt door studenten van de Universiteit Utrecht.

  • Welke materiële aspecten van een boek kan een gedigitaliseerde scan niet overbrengen en – andersom – hoe verrijkt een digitale scan het lezen van het origineel?
 Ga naar een archief of bibliotheek bij jou in de buurt en bekijk of zij een van hun stukken gedigitaliseerd online hebben. Als er geen archief met gedigitaliseerd werk in de buurt is, probeer dan langs te gaan bij de Koninklijke Bibliotheek (kijk hier voor hun digitale stukken) in Den Haag of de dichtstbijzijnde universiteitsbibliotheek. Maak een afspraak met een van de conservators en vraag of je het originele werk kunt komen inzien. Beschrijf vervolgens wat je allemaal niet ziet in de versie op je scherm en analyseer ook nauwkeurig wat de digitale weergave juist allemaal wél biedt (een leesbaar transcript, mogelijkheid tot inzoomen, annotatie en uitleg, een zoekfunctie etc.). Evalueer tot slot wanneer de digitale versie een handig hulpmiddel is en voor welk gebruik je toch nog ouderwets naar de bibliotheek moet.
  • In welke mate kent het internet – net als boeken – ‘materiële’ aspecten en hoe laten kunstenaars hedendaagse drukfouten – ‘glitches’ – die materialiteit zien?
 Zoek eens op wat ‘glitches’ zijn. Lees bijvoorbeeld dit artikel over glitch kunstenaars of bekijk het werk van Facebook-hacker Glitchr.

Verder lezen

  • A. Baggerman, Over leven, lezen en schrijven: De bandbreedte van boekgeschiedenis. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Geschiedenis van Uitgeverij en Boekhandel aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam:  Vossiuspers UVA, 2010. Zie: http://dare.uva.nl/document/214165.
  • Jeroen Blaak, Geletterde levens: dagelijks lezen en schrijven in de vroegmoderne tijd in Nederland 1624-1770. Hilversum: Verloren, 2004.
  • Roger Chartier, The Order of Books: Readers, Authors, and Libraries in Europe Between the Fourteenth and Eighteenth Centuries, vert. Lydia G. Cochrane. Stanford: Stanford UP, 1994.
  • Piet Verkruijsse, ‘Custodiaal geheimschrift’, De boekenwereld 22 (2005-2006), 157-158, zie: http://www.dbnl.org/tekst/_boe022200501_01/_boe022200501_01_0028.php
  • D. Hogenelst en F. van Oostrom, Handgeschreven wereld; Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam 1995.


Ben je benieuwd naar andere mogelijkheden voor het schrijven van een profielwerkstuk over literatuur? Klik dan eens op de ‘Profielwerkstuk’-knop en lees enkele suggesties voor grotere onderzoeksvragen die je in een profielwerkstuk kunt uitdiepen.

Proeven_respons