Spelregels

In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Vaslav van Arthur Japin. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:

  1. Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
  2. Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
  3. Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
  4. Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.

Inleiding

Als kind neem je elk jaar wat verder afscheid van het spelen, telkens ietsje minder zwaaien, minder maaien, geen gehuppel en gehinkel meer. Eerst zie je er niks geks in rond te tollen tot je erbij neervalt, maar op een dag valt het je op dat mensen naar jou kijken, je vertraagt en houdt nog even vol, maar ten slotte, om niet op te vallen, stop je er maar mee. (p. 20)

‘Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.’ Voor de Russische balletdanser Vaslav Nijinski zou het een hel zijn geweest om naar deze lijfspreuk te moeten leven. Gelukkig hoefde dat niet en had hij de danskunst om zich uit te drukken. Hij was zó goed dat iedereen die hem zag in vervoering raakte. Daardoor werd Vaslav in zijn eigen tijd een grote beroemdheid. Naarmate zijn leven vorderde, bleek echter dat wat mensen van hem verlangden niet per se was wat hij wilde of kon geven. Drie personages kijken in deze historische roman terug op hun leven met Vaslav en in het bijzonder op 19 januari 1919, want op die bijzondere dag, zo vlak na de Eerste Wereldoorlog, gaf hij zijn meest baanbrekende en tevens laatste optreden.

In deze leesclub ga je in gesprek over de dunne scheidslijn tussen genialiteit en gekte. Op welk punt worden je vernieuwende ideeën beangstigend voor andere mensen? En wat zijn de consequenties als je houdt van iemand die zo eigengereid, of anders, is? Tot welk punt blijf je die persoon steunen en op welke manier kun je dat het beste doen?

Ronde 1: Quiz



Quizvraag

1. Welke drie vertellers komen in dit verhaal aan het woord?

2. Waarin is Vaslav anders dan andere mensen ‘met status’ die Peter kent?

3. Waarin verschilt Peter het meest van Lise?

4. Waarom haten Sergej en Romola elkaar?

5. Wat is er opvallend aan het laatste optreden van Vaslav? Noem minstens vier dingen.

Antwoorden

  1. Peter (huisknecht), Sergej (voormalige agent / minnaar) en Romola (Vaslavs vrouw)
  2. Vaslav toont interesse in Peter.
  3. in zijn nieuwsgierigheid naar een ander leven
  4. Ze denken beiden dat zij beter voor Vaslav zijn.
  5. Een lange stilte, een verbeelding van het WOI-slagveld, de rollen fluweel en de slotwoorden ‘Nu is het kleine paardje moe.’

Ronde 2: Vragenrondje

Wat vond je onduidelijk in Vaslav, wat begreep je niet zo goed? Formuleer om de beurt een vraag over de tekst en probeer samen tot een antwoord te komen.

Ronde 3: Discussie



Feest der herkenning?

Kaart 1/8 - Feest der herkenning?

Ondanks alle pogingen van Vaslav om hem te wijzen op al het moois dat ze tegenkomen, lukt het Peter niet om tijdens de treinreis naar Lausanne ‘in het moment’ te leven. Snap je waarom dit moeilijk is voor hem? En hoe voelde jij je toen je iets ingrijpends voor het eerst deed?

Kaart 2/8 - Feest der herkenning?

Lise praat niet over persoonlijke zaken met de mensen voor wie ze werkt, omdat ze denkt dat die haar toch niet serieus nemen. Kun je je voorstellen dat zij dat denkt, gezien haar achtergrond? En waarom voert Peter, met precies dezelfde achtergrond, dan wel persoonlijke gesprekken met zijn werkgevers?

Kaart 3/8 - Feest der herkenning?

Peter en Lise zijn opgegroeid met het idee dat je vooral moet hopen op wat je al hebt. Oftewel: niet boven je stand willen leven. Waarom wilden hun ouders hen deze waarde meegeven, denk je? En wat heb jij vanuit huis meegekregen over waar je op mag hopen in het leven?

Kaart 4/8 - Feest der herkenning?

Al vroeg valt het Peter op hoe toeristen naar hem en anderen in Sankt Moritz kijken: met verwondering, alsof het bergdorpje niet bij de ‘echte‘ bewoonde wereld hoort. Herken je dat als je zelf op vakantie gaat? Kijk je dan ook zo naar (de vaste bewoners van) je vakantiebestemming? En wat zou je er zelf van vinden als anderen zo naar jouw leven kijken?

Kaart 5/8 - Feest der herkenning?

Nadat Sergej zich bewust is geworden van zijn uiterlijk, besluit hij om zijn leven alleen nog maar te wijden aan kunst. Snap je deze beslissing? Licht je antwoord toe.

Kaart 6/8 - Feest der herkenning?

Vaslavs laatste optreden lijkt op geen enkele andere dans die er op dat moment ooit is opgevoerd. Wat wilde hij ermee bereiken, denk je? Heb je in het ‘echte‘ leven ook weleens zoiets bevreemdends gezien? En hoe zou jij reageren als je zoiets bevreemdends meemaakt?

Kaart 7/8 - Feest der herkenning?

‘Vaslav loslaten? Daarvoor kunnen wij geen van beiden genoeg liefde opbrengen.’ (p. 235) Wat bedoelt Sergej met deze uitspraak? En is iemand laten gaan soms juist het meest liefdevolle wat je kunt doen? Licht je antwoord toe.

Kaart 8/8 - Feest der herkenning?

Voor welke van de drie vertellers voel je de meeste sympathie? Leg uit waardoor dat komt.

Feest der herkenning?

Dit was het laatste kaartje!



Stof tot nadenken?

Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?

‘Genialiteit is een vorm van domheid’ (p. 59). Wat bedoelt Vaslav hiermee, denk je? En wat is genialiteit volgens jou?

Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?

Peter bewondert in Vaslav dat die het durft om een gebaar te maken, ‘enkel omdat hij het in zich voelt opkomen, een beweging die geen enkel nut heeft en voor niemand is bedoeld.’ (p. 20) In hoeverre kon Vaslav zich in zijn danscarrière zo vrij bewegen dat de bewegingen helemaal van hemzelf waren, denk je?

Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?

Vaslavs hoogtijdagen vielen samen met het ‘fin de siècle’, de periode waarin kunstenaars en intellectuelen traditionele ideeën gingen loslaten: alles moest anders. Nietzsches nihilistische gedachtegoed, waarin niks meer zeker was, beïnvloedde hen sterk. Hoe zie je die vernieuwingsdrang terug in dit verhaal? Betrek hierbij de motto’s van de vier romandelen.

Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?

In deze roman komt de centrale figuur, Vaslav, zelf niet aan het woord. In plaats daarvan krijg je alleen mee hoe Romola, Peter en Sergej hem zien. Wat is hiervan het effect volgens jou?

Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?

Net als Nietzsche eindigt Vaslav in een psychiatrische inrichting. Denk je dat we hem vandaag de dag ook nog als ‘gek’ zouden zien? Licht je antwoord toe. In hoeverre is het afhankelijk van de context (tijd, plaats en omstandigheden) of een persoon wel of niet ‘gek’ is?

Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?

Naarmate je ouder wordt, word je je steeds meer bewust van hoe anderen naar je kijken, zo blijkt uit het citaat in de inleiding. Vaslav lijkt dit bewustzijn niet te hebben en kent daarom ook geen schaamte, zo merkt Peter op. Is dit wat hem in de ogen van sommigen ‘gek’ maakt, denk je? Licht je antwoord toe. En hoe sta jij hier tegenover?

Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?

Vaslav stopt op een gegeven moment helemaal met praten, maar Romola stelt dat ze hem toen misschien wel beter is gaan begrijpen. Kun jij je voorstellen dat taal, woorden soms juist in de weg staan als je een boodschap goed wilt overbrengen? Licht je antwoord toe.

Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?

Voor dit boek heeft Arthur Japin meerdere historische bronnen gebruikt, waaronder Vaslavs eigen dagboek. Wat voegt deze roman nog aan deze bronnen toe? En welke vragen blijven volgens jou onbeantwoord?

Stof tot nadenken?

Dit was het laatste kaartje!

Ronde 4: Oordeel

Geef Vaslav samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.

Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.

Leesclubs_respons