Spelregels

In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Haaieneiland van Rob Ruggenberg. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:

  1. Ronde 1 bestaat uit 5 vragen over het verloop van verhaal. De spelers draaien om de beurt een kaartje om en geven antwoord op de vraag. Daarna mogen andere spelers reageren.
  2. Ronde 2 is een vragenrondje waarin elke speler een vraag mag formuleren aan een van de personages.
  3. Ronde 3 is de discussieronde. In deze ronde draaien de spelers om de beurt een kaartje om van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
  4. Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.

Inleiding

‘Je bent veranderd,’ zei Tututumanarike.  ‘Ja,’ zei Roemer. ‘Dat weet ik.’ Als hij de taal van het eiland sprak voelde hij zich bijna een ander mens. Het was alsof hij dan niet meer dacht als een Zeeuwse jongen, maar als iemand van hier. Hij ging op zijn rug liggen. Luisterend naar de golven die tegen de dubbele kano sloegen staarde hij naar de sterrenhemel. Hij had mensenvlees gegeten, hij vertrouwde Tututemanarike, hij hield van Nu’i, hij droeg tatoes op zijn lijf. Steeds meer wérd hij ook iemand van hier.’ (p. 172)

Het is 1722 en scheepsjongen Roemer Jonasse is samen met zijn broer Pieter mee op een grote ontdekkingsreis van Jacob Roggeveen. Na maanden doelloos varen op de Stille Zuidzee stuiten de drie expeditieschepen op het kleine, mysterieuze Takapoto. Alles rond dit eiland wijst op gevaar: Pieter vindt er de dood; een van de schepen loopt vast op het rif; er wonen vreemde mensen en rond het eiland zwemmen talloze gevaarlijke haaien. Toch besluit Roemer er te blijven. Waarom doet hij dat? En lukt het hem te overleven?

In Haaieneiland rol je net als Roemer van het ene avontuur in het andere. Daarnaast kan het boek je ook laten nadenken over hoe het is om mensen te ontmoeten die heel anders zijn dan jij. Maakt het je nieuwsgierig? Of bang? En hoe bepaal je wat goed of fout is in zo’n totaal nieuwe omgeving, zeker als je leven ervan afhangt?

Ronde 1: Grip op het verhaal



Grip op het verhaal

1. Het eerste deel van het boek heet ‘Een varende hel’. Wat wordt hiermee bedoeld?

2. Roemer sluit zich aan bij een groepje van vier andere weglopers. Wie zijn die vier?

3. De bewoners van Ana’a, een ander Polynesisch eiland, vormen een groot gevaar voor de bewoners van Takapoto. Waarom zijn ze zo bedreigend voor de bewoners van Takapoto?

4. Met welk gewaagde plan gaat Roemer Nu’i bevrijden op Ana’a?

5. Jacob Roggeveen voorspelde in zijn scheepsjournaal dat het voor de vijf achterblijvers onmogelijk zou zijn om naar hun vaderland terug te keren (motto van het boek). Komt deze voorspelling uit?

Dit was het laatste kaartje!

  1. het vreselijke leven op het schip
  2. Baltus Jansse, Swart Jan, matroos met rode baard (naamloos), Claes (met het kale hoofd)
  3. Ze willen Tututemanarike en zijn bereid het hele dorp hiervoor uit te moorden.
  4. bombarderen met kokosnoten vol kruit
  5. Ja. De vier mannen gaan dood en Roemer blijft de rest van zijn leven op Takapoto.

Ronde 2: Vragenrondje

Hieronder staan verschillende fragmenten uit het boek. Kies allemaal een fragment en bedenk een vraag die je aan een van de personages zou willen stellen. Formuleer allemaal één vraag en probeer daarop samen een antwoord te geven.

  • Na het eerste bloedige gevecht: ‘Roemer en … strandwal op.’ (p. 93-94)
  • Vlak na het ‘bombardement’ op Ana’a: ‘Je denkt …hebben gered.’ (p. 191-192)
  •  Tijdens de orkaan: ‘Klimmen!’ riep … te zien.’ (p. 218-220)

Ronde 3: Discussie



Feest der herkenning?

Kaart 1/8 - Feest der herkenning?

Een belangrijk keuzemoment is wanneer Roemer besluit om wél op het eiland te blijven. Waarom voelde dit voor hem op dat moment als het beste besluit, denk je?

Kaart 2/8 - Feest der herkenning?

Een tweede belangrijk keuzemoment is wanneer Roemer niet wegkijkt, maar Baltus bedreigt met een geweer wanneer die Nu’i mee wil sleuren. Zou jij hetzelfde hebben gedaan / gedurfd?

Kaart 3/8 - Feest der herkenning?

Roemer past zich snel aan het eilandleven aan, maar zijn medereizigers doen geen moeite om te integreren. Waaraan kun je dit zien? En snap je waarom ze zo vast blijven houden aan hun eigen eetgewoontes, taal, enzovoort?

Kaart 4/8 - Feest der herkenning?

De vrouw Teravaki besluit om Baltus als man te nemen. Waarom doet ze dat? Snap je waarom ze later toch liever met Swart Jan is?

Kaart 5/8 - Feest der herkenning?

Roemer laat zich door Nu’i overhalen om een enorme tatoeage op zijn borst te laten zetten. Wat heeft hem overtuigd, volgens jou? Vind je dat een goede reden?

Kaart 6/8 - Feest der herkenning?

Tututemanarike en zijn achterkleindochter Nu’i hebben niet echt een liefdevolle relatie. Waarom gaat hij dan toch mee met Roemer om haar te redden?

Kaart 7/8 - Feest der herkenning?

‘Als je doodgaat, sterf dan niet als een laffe octopus die de strijd meteen opgeeft, maar als een dappere hamerhaai.’ (p. 165) Vind je dat dit Nu’i lukt? En wat zou jij doen in haar situatie?

Kaart 8/8 - Feest der herkenning?

Ondanks dat Nu’i hem erom smeekt, doodt Roemer de koningszoon op Ana’a niet. Wat is de belangrijkste reden dat hij hem laat gaan? En wat zegt dat volgens jou over het karakter van Roemer?

Feest der herkenning?

Dit was het laatste kaartje!



Stof tot nadenken?

Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?

Nadat ze in korte tijd alles zijn kwijtgeraakt, besluiten Roemer en zijn broer Pieter om mee te gaan met de ontdekkingsreis van Jacob Roggeveen. In hoeverre is dit voor hen een vrije keus?

Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?

De scheepslui en de eilandbewoners leren veel van elkaar, zoals hoe je kunt graven met een schop en hoe je vissen in een doolhof kunt vangen. Welke van de twee groepen leert volgens jou het meest van de ander?

Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?

De gebeurtenis waarin Pieter wordt begraven lees je eerst door de ogen van Roemer. Even later lees je dezelfde scène, maar nu met de blik van Nu’i. Welk verschil zie je tussen deze twee manieren van kijken op dezelfde gebeurtenis?

Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?

‘Popa’a zien de zee als een hindernis, als een grens. Wij zien de zee als een weg…’ (p. 172) Op welke manieren kan Tututemanarike de weg vinden op zee? En welke overeenkomsten en verschillen zie je met hoe de Europeanen hun route bepaalden op zee?

Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?

In 1719 verscheen het beroemde boek Robinson Crusoe van de Engelse schrijver Daniel Defoe. Zoek op waar dit verhaal over gaat en bespreek met elkaar de overeenkomsten en verschillen met Haaieneiland.

Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?

De eilandbewoners worden door de Europeanen ‘inboorlingen’ genoemd. Ooit betekende dit simpelweg ‘oorspronkelijke bewoners’, maar inmiddels gebruiken veel mensen dit woord liever niet meer, omdat het vaak als scheldwoord is gebruikt voor de onderdrukte bevolking van een gekoloniseerd land. Vind jij dat dit woord in dit verhaal wel nog gebruikt mag worden?

Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?

In het scheepsjournaal van John Byron (vanaf p. 225) lees je dat hij Takapoto geen goede naam vond voor het eiland en het Koning George Eilanden heeft genoemd. Blijkbaar vindt hij dat hij dat zomaar mag doen. Wat zegt dat over hoe Byron (en andere kolonisten) naar de wereld keken?

Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?

Roemer vergelijkt het eten van dode mensen om hun mana te krijgen met het katholieke ritueel om een stukje brood als lichaam van Christus te zien en op te eten (p. 148). Op welke manier zijn deze twee gebruiken inderdaad hetzelfde, volgens jou?

Stof tot nadenken?

Dit was het laatste kaartje!

Ronde 4: Oordeel

Geef Haaieneiland samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.

Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.

Leesclubs_respons