Spelregels

In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Cel van Charles den Tex. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:

  1. Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
  2. Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
  3. Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
  4. Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.

Inleiding

‘Vanaf nu moet ik voorzichtig zijn. Alles wat ik doe, kan verkeerd zijn, omdat ik niet weet wat andere mensen doen.’ Eigenlijk moest ik mijzelf opsluiten in een kamer met permanente videobewaking. Alleen door niets te doen kon ik bewijzen dat ik niets had gedaan en dan nog moest ik betrouwbare getuigen hebben. Geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Cel van Charles den Tex is een echte thriller. Michael Bellicher komt erachter dat iemand zijn identiteit heeft gestolen en is daarom verdachte van een auto-ongeluk. Hij moet zijn onschuld zien te bewijzen, terwijl hij alle schijn tegen heeft. Gelukkig krijgt hij hulp van zijn vriend en collega Gijs, twee advocaten en zijn zus Kirsten. In Cel blijkt hoe moeilijk het is wanneer je de overheid tegen je hebt en hoe groot de risico’s van internetgebruik kunnen zijn.

Het boek draait om de actuele thema’s privacy en terrorismebestrijding. Tegelijkertijd is de belangrijkste vraag typisch voor een thriller: wie heeft het gedaan? Lukt het Michael om zijn onschuld te bewijzen? Wie kan hij vertrouwen, wie niet? Het boek geeft daar geen eenduidig antwoord op.

Ronde 1: Quiz



Quizvraag

1. Wie is Richard, en wat doet hij in het dagelijks leven?

2. Hoe komt Michael voor de tweede keer in de cel terecht?

3. Welke hobby delen Richard en Guusje van Donee?

4. Wie is er geen familie van Michael?

  1. Kirsten
  2. Jessica
  3. Peter

5. Wat blijkt de pen die Michael meeneemt van het auto-ongeluk uiteindelijk te zijn?

Antwoorden

  1. Richard is de neef van Gijs, Michaels compagnon. Hij studeert (Europese studies) maar is vooral coureur (Formule 3).
  2. Hij wordt opgepakt bij de controle van een trein die wordt ontruimd
    vanwege terrorismedreiging.
  3. Auto’s.
  4. Antwoord: 2. Jessica
  5. Een USB-stick.

Ronde 2: Vragenrondje

Wat vond je onduidelijk in Cel, wat begreep je niet zo goed? Formuleer om de beurt een vraag over het boek en probeer samen tot een antwoord te komen.

Ronde 3: Discussie



Feest der herkenning?

Kaart 1/8 - Feest der herkenning?

Het kost Michael veel moeite over te gaan tot actie om zijn onschuld te bewijzen. Vind je dat begrijpelijk in zijn situatie?

Kaart 2/8 - Feest der herkenning?

De website Second Life speelt een belangrijke rol in het boek. Zijn er plekken (op het internet of daarbuiten) waar jij ook een beetje kan verdwijnen, iemand anders kan zijn?

Kaart 3/8 - Feest der herkenning?

Wat vind je van het soort werk dat Gijs en Michael doen met hun adviesbureau? Lijkt hun wereld je aantrekkelijk?

Kaart 4/8 - Feest der herkenning?

Michael vergelijkt Monster met Amsterdam: ‘Er was meer ruimte dan in de stad, maar tegelijkertijd was het besloten. Mensen woonden verder uit elkaar, maar wisten meer van elkaar.’ (H39) Waar lijkt jouw woonplaats meer op, Monster of Amsterdam? Wat lijkt je prettiger?

Kaart 5/8 - Feest der herkenning?

Wat vind je van het personage Ruud Zwaal? Zou je hem een slecht mens noemen, en waarom?

Kaart 6/8 - Feest der herkenning?

Michael gaat uiteindelijk terug naar Guusje. Bespreek zijn redenen daarvoor en de problemen die hun relatie in de weg kunnen staan. Kun je je vinden in zijn keuze?

Kaart 7/8 - Feest der herkenning?

In Cel spelen families een belangrijke rol. Vaak nemen de personages hun familieleden in bescherming of helpen ze elkaar. Is dat altijd een goed idee? Zijn er situaties waarin je dit juist wel of niet moet doen?

Kaart 8/8 - Feest der herkenning?

Dit boek komt uit 2008, maar de kwesties over privacy en identiteitsfraude zijn nog zeer actueel. Heeft het boek je kijk hierop beïnvloed?

Feest der herkenning?

Dit was het laatste kaartje!



Stof tot nadenken?

Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?

Lees nogmaals het citaat uit de inleiding. Is niets doen en dat kunnen bewijzen inderdaad de beste oplossing voor Michaels situatie? Waarom wel of niet?

Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?

Is de manier waarop Michael wordt behandeld de twee keren dat hij is opgepakt terecht of onterecht? Wie bepaalt dat?

Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?

‘De overheid heeft stelselmatig de verspreiding van internet in de hand gewerkt.’ (H50) Waarin verschillen de mensen van de praatgroep over identiteitsdiefstal van Michael? Op welke manier doen zij aan ‘complotdenken’?

Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?

Michael vraagt zich af waarom iemand zijn identiteit zou stelen en als antwoord stelt Van Donee nieuwe vragen (‘Waarom? Waarom zijn er inbrekers? Waarom zijn er moordenaars? Waarom zijn er ellendelingen die je auto stelen en ermee rondraggen?’ (H12)). Kun je deze vragen aan het eind van het boek beantwoorden?

Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?

De enquêtecommissie (Hoogeman, Westerling) en de Inlichtingendienst hebben verschillende taken: het openbaren van de waarheid en het infiltreren bij terroristische organisaties. Waarom gaan die doelen niet goed samen?

Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?

Commissielid Westerling zegt aan het eind van het boek: ‘Verijdelde aanslagen zijn goed voor de rust in het land en dus goed voor de zittende regering. Soms heeft de regering dreiging nodig om te kunnen doen wat ze wil.’ (H93) Wat vind je van deze uitspraak? Is het terecht als de overheid grenzen overschrijdt in de aanpak van terrorisme?

Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?

Een uitgangspunt van het strafrecht luidt: iemand is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Waarom maakt identiteitsfraude dit uitgangspunt ingewikkelder? Leg uit aan de hand van voorbeelden uit Cel.

Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?

‘Gijs van Olde Nieland kende iedereen die er iets toe deed. Zijn familie opereerde al generaties lang in het centrum van de financiële en politieke macht van Nederland.’ (H17) Bedenk hoe het met Michael afgelopen  was zonder deze connectie en bespreek of het eerlijk is dat hij hulp krijgt van deze familie.

Stof tot nadenken?

Dit was het laatste kaartje!

Ronde 4: Oordeel

Geef Cel samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.

Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.

Leesclubs_respons