Spelregels

In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Het jongensuur van Andreas Burnier. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:

  1. Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
  2. Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
  3. Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
  4. Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.

Inleiding

‘Het duurde even, de schrik, maar toen begreep ik wat het was. De puberteit was begonnen en ik was géén jongen geworden. Ik holde naar het dorp, zocht een dorpskapper en zei: ‘Alles eraf, een jongenskop.’

Het jongensuur is een novelle (korte roman) uit 1969 van de Nederlandse schrijver en criminoloog Catharina Irma Dessaur. Dessaur schreef onder het pseudoniem (schrijversbijnaam) Andreas Burnier. In het verhaal probeert de joodse Simone iets van het leven te maken tijdens de jaren van de Duitse bezetting, 1940-1945. Om te ontsnappen aan de nazi’s duikt ze onder bij verschillende pleeggezinnen. Daar moet ze zich steeds anders voordoen dan ze zich voelt. Dat is extra moeilijk voor Simone omdat anderen überhaupt iets anders zien dan zijzelf wanneer ze in de spiegel kijkt. Voor de buitenwereld is Simone een meisje, maar zelf voelt zij – of misschien kunnen we beter zeggen: hij – zich een jongen.

Vrijheid en identiteit zijn centrale thema’s in Het jongensuur. Het boek geeft je een indruk van de vrijheidsberoving van joden en andere onderduikers tijdens de Duitse bezetting. Tegelijkertijd zet het verhaal je aan het denken over de vrijheid om te mogen zijn wie je bent. Vrijheid is, oorlog of niet, niet vanzelfsprekend, bijvoorbeeld omdat iemand zich jongen voelt maar als meisje gezien wordt, of andersom. Tegenwoordig gebruiken we het woord ‘transgender’ voor mensen met deze ervaring. Voor een transgender jongen als Simone was het tachtig jaar geleden heel moeilijk om als jongen geaccepteerd te worden. Daarbij speelde een rol dat jongens en meisjes niet dezelfde kansen kregen. Hoe is dat nu? En hoe is het voor jou om te lezen over Simones ervaringen in de oorlog? Daarover gaan jullie in discussie.

Voor docenten

Deze leesclub biedt een uitstekende voorbereiding op Proef 21 ‘Literatuur en transgender-zijn’. In die Proef onderzoeken leerlingen hoe literatuur vorm geeft aan transgender ervaringen, onder andere door fragmenten uit Het jongensuur van Andreas Burnier te analyseren. Voor meer informatie zie het antwoordmodel van deze proef via de docentenhandleiding.

Ronde 1: Quiz



Quizvraag

1. Wat leert Simone van oom Christfried?

2. Hoe heet Simones denkbeeldige vriendje?

3. Van wie is de spreuk ‘Veel weten kan niet altijd baaten, somtijds schaaden’?

4. Wat leert Simone over Werner bij het Rode Kruis?

5. Hoe wordt de geboortestad van Simone genoemd?

  1. Waterstad
  2. Lichtstad
  3. Muurstad

Antwoorden

  1. Algebra. Ook goed: wiskunde
  2. Sancho
  3. Vondel
  4. Werner is waarschijnlijk vermoord in een concentratiekamp
  5. Antwoord 1. Waterstad

Ronde 2: Vragenrondje

Wat vond je onduidelijk in Het jongensuur, wat begreep je niet zo goed? Formuleer om de beurt een vraag over de tekst en probeer samen tot een antwoord te komen.

Ronde 3: Discussie



Feest der herkenning?

Kaart 1/8 - Feest der herkenning?

Heb je vaker iets gelezen over het leven tijdens de Duitse bezetting? Zo ja, wat is het belangrijkste verschil tussen die verhalen en Het jongensuur? Zo nee, hoe vond je het om te lezen over Simones leven als onderduiker?

Kaart 2/8 - Feest der herkenning?

Het jongensuur is deels autobiografisch: de schrijver, Andreas Burnier, zat tijdens de oorlog als kind op zestien verschillende adressen ondergedoken. Kijk je anders naar het verhaal, nu je dit weet? Zo ja, wat verandert er, zo nee, waarom niet?

Kaart 3/8 - Feest der herkenning?

Voor Simone biedt fantasie een ontsnapping uit het angstige leven in de onderduik. Werkt dat voor jou ook zo, dat je door te fantaseren even je eigen leven ontvlucht?

Kaart 4/8 - Feest der herkenning?

Simone vertelt: ‘Het is meermalen bewezen dat kinderen niet lezen wat er staat. Het boek dat ze toevallig in handen hebben, maakt eigen voorstellingen los’. Hoe werkt dat bij jou, heeft lezen op jou hetzelfde effect?

Kaart 5/8 - Feest der herkenning?

Het verhaal is a-chronologisch verteld: met elk hoofdstuk ga je een jaar terug in de tijd. Welk effect had deze volgorde op jouw beleving van het verhaal?

Kaart 6/8 - Feest der herkenning?

Simone voelt zich een jongen, ook al zien andere mensen haar niet zo: ‘Ik ben zelf een jongen. Wat kunnen andere jongens mij dan voor kwaad doen’? Stelde jij je Simone voor als jongen of als meisje tijdens het lezen, en wat bepaalde dat: haar eigen gevoel, of de reacties van andere personages?

Kaart 7/8 - Feest der herkenning?

Herken jij Simones gevoel dat anderen jou anders zien dan hoe jij naar jezelf kijkt? Zo ja, kun je dat verschil uitleggen? Zo nee, hoe zou jij hiermee omgaan als er wel zo’n verschil was?

Kaart 8/8 - Feest der herkenning?

Wat heb jij van Simone geleerd? Onderbouw je antwoord met een voorbeeld uit de tekst of uit wat je zojuist besproken hebt met je groepje.

Feest der herkenning?

Dit was het laatste kaartje!



Stof tot nadenken?

Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?

In de verhalen en fantasieën van Simone spelen jongens vaak de hoofdrol. Wat is jouw verklaring daarvoor?

Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?

In het verhaal lees je dat er vroeger aparte zwemuren waren voor jongens en meisjes. Wat zegt die scheiding over de omgang tussen jongens en meisjes in die tijd?

Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?

In Het jongensuur is veel aandacht voor de ongelijkheid tussen jongens en meisjes. Als je die situatie vergelijkt met het nu, wat is dan het belangrijkste verschil? Zie je ook een overeenkomst?

Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?

Lees het citaat uit de inleiding nogmaals. Waarom rent Simone meteen naar de kapper nadat ze (of hij) voor het eerst ongesteld geworden is?

Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?

Direct na Simones bezoek aan de kapper volgt een scène waarin vrouwen publiekelijk worden kaalgeschoren omdat ze een relatie gehad zouden hebben met een Duitser. Het verhaal suggereert daarmee dat Simone verwant is met deze vrouwen. Waaruit bestaat die verwantschap, wat hebben zij gemeen?

Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?

Simone vertelt: ‘vrouwen en joden, dat is bijna hetzelfde dacht ik. Ze kunnen niets terug doen, ze zijn altijd schuldig’. Kun jij uitleggen waarom Simone deze link legt?

Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?

In de jaren 1940-1945 is Simone niet alleen ondergedoken, maar ook voelt ze zich gevangen in een lichaam waarvan ze hoopt dat het ooit jongensachtige kenmerken krijgt. Welke vorm van onvrijheid is belangrijker voor Simone, of hangen ze met elkaar samen? Leg je antwoord uit met een voorbeeld uit het verhaal.

Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?

Het moment van de Bevrijding is wrang omdat het samenvalt met Simones besef dat de puberteit aangebroken is. Als joodse onderduiker is ze vrij, maar als jongen nog lang niet. Is er volgens jou sprake van een goede afloop van het verhaal, of alleen van een goed begin? Of geen van beide? Leg je antwoord uit.

Stof tot nadenken?

Dit was het laatste kaartje!

Ronde 4: Oordeel

Geef Het jongensuur samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.

Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.

Leesclubs_respons