Spelregels
In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Drama Queen van Derk Visser. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:
- Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
- Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
- Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
- Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.
Inleiding
‘Schiet dan op!’
‘Ik schiet op, maar het lukt niet!’
‘Schudden!’ Ze staat te springen van opwinding. ‘Schudden!’
Ik schud zo hard als ik kan en dan knalt eindelijk de kurk van de fles. Hij schiet een gat in het plafond. Stucwerk valt in brokken op de grond en even lijkt onze flat toch in te storten. Mama duikt weg, maar krijgt na het stucwerk ook nog een champagnedouche over zich heen. ‘Gelukkig nieuwjaar, mam!’ (p. 48)
Angel mag op school niet naast een klasgenoot zitten en ook in haar wijk heeft ze geen vrienden. Dat verandert wanneer Kayleigh in de flat tegenover haar komt wonen. Angel en Kayleigh zijn eigenlijk heel verschillend. Angel is een ruziemaker die haar leven omschrijft als een warzone. Kayleigh daarentegen is ingetogen, zit met haar neus in de boeken, gaat naar het gymnasium en regelt een baantje voor zichzelf. Toch is er vanaf dag één aantrekkingskracht tussen de twee. Het blijkt echter lastig om contact te houden door alle problemen die ze thuis ervaren. Angels voornaamste zorg is haar moeder, die als stripteasedanseres werkt. Hoe kies je voor jezelf als de volwassenen in je leven veel van je vragen?
Ronde 1: Quiz
Quizvraag
1. Welke film komt in de gesprekken tussen Angel en Kayleigh steeds terug?
2. Hoe heet het koffiehuis waar Angels opa vroeger al vaak kwam en waar Patty uiteindelijk gaat werken?
3. Cindy en Jennifer hebben verkering met Jordy en Dennis. Wie komt er voor Angel aan de deur met een roos?
4. Waaraan is de moeder van Kayleigh overleden?
5. Waar gaat de spreekbeurt over die ervoor zorgt dat Angel van haar tweede middelbare school wordt getrapt?
Antwoorden
1. Inside Out
2. De Aanloop
3. Michael
4. borstkanker
5. milieuvervuiling / plastic soep (in de Stille Oceaan)
Ronde 2: Vragenrondje
Hieronder staan verschillende fragmenten uit het boek. Kies allemaal één fragment. Bedenk en noteer een vraag die je aan een van de personages zou willen stellen. Probeer samen antwoord te geven op die vraag.
• Angel bezoekt opa: ‘Opa giet … dode hoek.’ (p. 33)
• Kayleighs vader blijkt Angels moeder te kennen: ‘Ik moet …auto af.’ (p. 88 – 90)
• Michael doet een voorstel voor een handeltje: ‘Ik denk … ik door.’ (p. 102 -103)
• Angel regelt een nieuwe baan voor haar moeder: ‘Mama en ik … valt aan.’ (p. 150 -151)
Ronde 3: Discussie
Feest der herkenning?
Kaart 1/8 - Feest der herkenning?
1. Angel is geboren na een one night stand op een balkon. Hoe zou Patty zich gevoeld hebben toen ze erachter kwam dat ze zwanger was? Toch noemt ze Angels vader de liefde van haar leven als ze het met Angel over hem heeft. Waarom zou ze dat doen? En hoe zou jij in zo’n geval over de vader van je kind praten?
Kaart 2/8 - Feest der herkenning?
2. Angel lijkt zich overdreven zorgen te maken over hoe de buren over haar denken. Ze houdt de gordijnen dicht als ze aan het hart knutselt en houdt zich in als ze eigenlijk wil huppelen.Wat zegt dit over de wijk waarin Angel woont? Zijn er in de wijk waar jij woont ook van die ongeschreven ‘regels’?
Kaart 3/8 - Feest der herkenning?
3. Wat vind je van Patty als moeder? Ze bedenkt een modeshow of een wedstrijdje welke pannenkoek het langste aan het plafond kleeft, ze rent als panter achter Angel aan in een kledingzaak en geeft regelmatig de kieteldood. Zou je zelf graag zo’n moeder hebben?
Kaart 4/8 - Feest der herkenning?
4. Angels schoolloopbaan verloopt niet moeiteloos. Ze riep naar een docent dat hij kon doodvallen en gooide een geodriehoek naar zijn hoofd. Later vertelt ze aan Kayleigh dat ze op haar derde middelbare school is begonnen. Hoe zou je Angel ervaren als ze jouw klasgenoot was?
Kaart 5/8 - Feest der herkenning?
5. ‘Ik kan er niet aan wennen, zoals hij is geworden’, is wat Angel beseft als ze een potje memory speelt met haar opa. Over zijn overlijden lezen we verder niets. Hoe zou je de rol van opa in Angels leven beschrijven? Waarom is die rol voor Angel anders dan voor Patty?
Kaart 6/8 - Feest der herkenning?
6. Hoe reageert Angels moeder op Angels coming out? Wat vindt je van haar reactie?
Kaart 7/8 - Feest der herkenning?
7. Angels moeder zegt dat ze heel veel zin heeft in het nieuwe jaar als ze samen met Angels Oud & Nieuw viert. Waar zou deze positieve houding van Patty vandaan komen, denk je? Het boek bestaat uit drie delen die zich steeds afspelen in diezelfde periode van het jaar. Wat voor sfeer geeft dat aan het verhaal?
Kaart 8/8 - Feest der herkenning?
8. Dit boek heet Drama Queen. Vind je Angel een drama queen?
Feest der herkenning?
Dit was het laatste kaartje!
Stof tot nadenken?
Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?
1. De klasgenoten van Angel, Cindy en Jennifer, praten op een bepaalde manier over jongens: ‘Dennis en Jordy zijn ook niet de slimsten, maar ze zien er goed uit en ze betalen onze sigaretten’ (p. 61). Geeft deze manier een realistisch beeld van hoe meisjes over jongens praten? Welk algemeen beeld over mannen (denk aan de vader van Angel, Angels opa en de vader van Kayleigh) spreekt er uit dit boek, vind je? Leg je antwoord uit.
Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?
2. Je zou kunnen zeggen dat de rolverdeling tussen Angel en haar moeder is omgedraaid: haar moeder lijkt in veel gevallen het kind en Angel de volwassene. Vind je dat Angel, ondanks alle verantwoordelijkheden die ze neemt, toch ook kind heeft kunnen zijn? Leg je antwoord uit.
Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?
3. Wanneer Michael Angel voorstelt haar ritalin te verhandelen, ontkent ze dat ze die pillen heeft. Begrijp je waarom Angel gestopt is met ritalin? Leg je antwoord uit.
Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?
4. Op de basisschool verzet Angel zich tegen amateurfotografen in het onderwijs, op de middelbare school komt ze in opstand tegen haar schorsing en als ze stageloopt in het ziekenhuis draagt ze als stil protest een speelgoedstethoscoop. Waarom laat Angel zich niet zomaar in een hoekje duwen, denk je?
Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?
5. In Nederland komen tienerzwangerschappen steeds minder voor, maar je leest er wel meer over in de media. Daardoor lijkt het onderwerp bespreekbaar. Vind je dat Patty’s tienerzwangerschap in dit boek als problematisch wordt neergezet of juist als iets waar we normaal mee moeten omgaan? Leg je antwoord uit.
Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?
6. Op een gegeven moment zegt Kayleigh: ‘Moet je zien hoe ik leef. Ik ben vijftien. Mijn moeder is dood en ik ben weggelopen bij mijn vader’ (p. 147). Ze gaat even niet naar school, omdat ze bang is dat ze daar wordt opgepakt door de kinderbescherming. Best heftig toch, dat Kayleigh niet kan vertrouwen op de hulp van volwassenen? Welke hulp (sociaal-emotioneel, psychologisch, maatschappelijk) gun jij Kayleigh? Leg je antwoord uit.
Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?
7. Recensent Bas Maliepaard schrijft in de krant Trouw: ‘Daar is Visser goed in: je dwars door de rauwe, boze en humorvolle zinnen heen ontroeren’. Noem tenminste twee voorbeelden van dit soort rauwe, boze en humorvolle zinnen.
Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?
8. In het boek volg je Angel van haar twaalfde tot aan haar vijftiende. Hoe zou je de ontwikkeling van Angel beschrijven in die drie jaar?
Stof tot nadenken?
Dit was het laatste kaartje!
Ronde 4: Oordeel
Geef Drama Queen samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.
Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.