Spelregels
In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over De poppenspeler van Lampedusa van Rindert Kromhout. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:
- Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
- Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
- Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
- Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.
Inleiding
‘Het verhaal dat Chiara telkens weer wilde horen heette De poppenspeler van Lampedusa. Het ging over een oude, eenzame man die de kinderen op het eiland vermaakte met poppenkastverhalen. ‘s Nachts, als de oude man sliep, kwamen de poppen tot leven en hadden ze dikke pret met elkaar. Zodra de zon op kwam, werden ze weer poppen van hout.’ (p. 30)
Met een opa en oma die schreeuwend vanuit hun kamers met elkaar communiceren, is het nooit saai bij de achttienjarige Matteo thuis. En ondanks dat schreeuwen is het ook een liefdevol huis. Toch is hij vooral graag buiten, in het Rome van 1948 waar de wonden van de Tweede Wereldoorlog nog lang niet geheeld zijn. Zo vrij als Matteo zich voelt, zo gevangen is zijn zus Francesca, die het liefst zo min mogelijk buiten is en ook haar dochtertje Chiara binnenhoudt. Matteo maakt zich zorgen over zijn nichtje, want moet een kind niet vrij zijn? Zelf heeft hij de droom om filmster te worden en iedereen denkt dat het hem gaat lukken, inclusief zijn nieuwe hartsvriend Davide. Maar dan slaat de twijfel toe. Zou hij zijn leven niet beter kunnen wijden aan het geluk van kinderen zoals Chiara? En ook Davide brengt hem in verwarring over alles wat hij dacht te weten over de liefde én zichzelf.
In deze leesclub bespreken jullie samen de keuzes van Matteo. Word je gelukkig van die ene baan waar je altijd van gedroomd hebt, of vind jij het net zo belangrijk om anderen te helpen die niet minder geluk hebben? Over dat soort vragen gaan jullie in discussie.
Ronde 1: Quiz
Quizvraag
1. Welke compleet andere politieke stromingen hangen Matteo’s opa (nonno) en oma (nonna) aan?
2. Hoe wil Matteo de kinderen in Rome helpen?
3. Hoe loopt het af met de vriendschap tussen Matteo en Davide?
4. Wat maakt dat Matteo op late leeftijd weer gaat optreden?
5. Welk geheim over Chiara wordt aan het eind onthuld?
Antwoorden
1. Matteo’s opa is communistisch en zijn oma is streng-religieus.
2. Hij wil hen opvrolijken met zijn poppenspel.
3. Davide wil meer dan vriendschap en besluit naar Bologna te verhuizen.
4. Hij wil de kinderen onder de vluchtelingen op Lampedusa helpen.
5. Dat haar vader een nazi-Duitser was.
Ronde 2: Vragenrondje
Hieronder staan verschillende fragmenten uit het boek. Kies allemaal één fragment. Bedenk en noteer een vraag die je aan een van de personages zou willen stellen. Probeer samen antwoord te geven op die vraag.
• Davide is voor het eerst komen lunchen bij Matteo thuis: ‘Davide strekte… Verlepte roos.’’ (p. 47- 48)
• Wanneer Matteo zijn moeder helpt met de was leert hij haar beter kennen: ‘Toen ze … de koningin.’ (p. 55 – 56)
• Matteo vraagt zijn opa om advies: ‘’Nonno, ik… een glimlach.’ (p. 104 – 106)
Ronde 3: Discussie
Feest der herkenning?
Kaart 1/8 - Feest der herkenning?
1. De oudere zus van Matteo, Francesca, laat haar dochter Chiara amper naar buiten gaan en zelf blijft ze ook het liefst binnenshuis. Waar komt haar angst voor de buitenwereld vandaan? Begrijp je haar keuze? Leg je antwoord uit.
Kaart 2/8 - Feest der herkenning?
2. Sinds de oorlog staan de opa en oma van Matteo lijnrecht tegenover elkaar als het om politiek gaat. Zijn er in jouw familie wel eens discussies over politieke onderwerpen? Zo ja, wat vind jij van die discussies? Zo nee, wat vind jij ervan dat Matteo’s opa en oma om deze reden niet meer met elkaar praten?
Kaart 3/8 - Feest der herkenning?
3. ‘Het was Matteo al vaker opgevallen dat zijn moeder buitenshuis en met hem samen een andere, vrijere vrouw was dan binnen en met haar gezin om zich heen.’ (p. 54) Wat is volgens jou de reden dat Matteo’s moeder niet altijd volledig zichzelf is of kan zijn?
Kaart 4/8 - Feest der herkenning?
4. Achter op de scooter van Marcello kijkt Matteo met een frisse blik naar Rome: ‘…hij woonde werkelijk in een stad van grote schoonheid, dat drong nu pas tot hem door.’ (p. 73) Kijk je ook weleens opnieuw naar iets wat je al heel lang kent? En wat zie je dan?
Kaart 5/8 - Feest der herkenning?
5. Davide reageert een stuk meer ontspannen op de nacht in het park dan Matteo. Wat vond je van hun beide reacties op die nacht? Verandert je vriendschap met iemand als je ook zoent of seks hebt met diegene, en zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Kaart 6/8 - Feest der herkenning?
6. Aan het eind noemt Matteo Davide de liefde van zijn leven. Kun jij je dat voorstellen als je kijkt naar hoe het tussen hen is afgelopen? Leg je antwoord uit.
Kaart 7/8 - Feest der herkenning?
7. Matteo besluit zijn droom om filmster te worden op te geven voor een andere droom: het helpen van de kinderen. Snap je zijn besluit? Welke keuze zou jij maken, als je in zijn schoenen stond? Leg je antwoord uit.
Kaart 8/8 - Feest der herkenning?
8. Als Matteo oud is, speelt hij nog steeds zijn poppenspel, maar nu voor de kinderen in de vluchtelingenkampen op het Italiaanse eiland Lampedusa. Wat heb je over dit eiland geleerd in dit boek? Waarom denk je dat Matteo nu juist voor deze kinderen wil spelen?
Feest der herkenning?
Dit was het laatste kaartje!
Stof tot nadenken?
Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?
1. ‘De socialisten deden ook mee, maar kwamen met een genuanceerd verhaal over verzoening en redelijkheid waarnaar nauwelijks werd geluisterd.’ (p. 15). Waarom besteedt het verhaal volgens jou zoveel aandacht aan politieke discussies in Matteo’s wereld? Wat leer je over de personages doordat we hun politieke opvattingen leren kennen?
Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?
2. De regisseur Luchino Visconti wil het gewone leven zó verfilmen dat mensen er anders door gaan denken (je noemt dit ‘neorealisme’). Is die uitspraak ook van toepassing op dit boek? Is er iets waarover je anders bent gaan nadenken tijdens het lezen? Leg je antwoord uit.
Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?
3. In dit verhaal lees je over Italiaanse boeken, opera’s en films die echt bestaan. Zo leest Davide Bekentenissen van Zeno en hoort Matteo zijn opa luisteren naar de aria ‘Nessun dorma’ uit Puccini’s opera Turandot. Wat voegen deze verwijzingen toe aan het verhaal, volgens jou?
Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?
4. Volgens Matteo’s moeder zouden vrouwen nooit een gewapende oorlog beginnen, want ‘wie een kind heeft gebaard, wil het zijn leven lang beschermen.’ (p. 56) Heeft ze gelijk wat jou betreft? Leg je antwoord uit.
Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?
5. Fellini maakt tekeningen die niet af zijn. Matteo vindt dit juist mooi, want dan kan hij zijn eigen fantasie erin kwijt. Hoe zit dat voor dit boek zelf? Op welke momenten in het verhaal moet je je eigen fantasie gebruiken, omdat de verteller niet alles voor je invult? Geef daarvan twee voorbeelden.
Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?
6. Matteo wil de kinderen van Rome helpen door ze te vermaken met zijn poppenspel. Denk je dat kunst inderdaad kan helpen om trauma’s even te vergeten of misschien wel om ze te verwerken? Leg je antwoord uit.
Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?
7. ‘Kinderen mogen nooit het slachtoffer zijn van de daden van hun ouders of andere volwassenen.’ (p. 138) Waarom is die uitspraak van toepassing op Chiara? Denk je dat er nu nog steeds kinderen zijn die verantwoordelijk worden gehouden voor zaken waar ze zelf niks aan kunnen doen? Leg je antwoord uit.
Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?
8. Lees bij de inleiding nog eens het citaat over het sprookje De poppenspeler van Lampedusa. Vind je dat Matteo ook een soort poppenspeler van Lampedusa wordt aan het eind? En zo ja, is hij dan ook eenzaam? Leg je antwoord uit.
Stof tot nadenken?
Dit was het laatste kaartje!
Ronde 4: Oordeel
Geef De poppenspeler van Lampedusa samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.
Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.