Spelregels
In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over De tienduizend dingen van Maria Dermoût. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:
- Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
- Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
- Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
- Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.
Inleiding
“Het kind werd op de tuin Kleyntjes geboren en haar moeder wilde dat zij Felicia heten zou. Haar vader vond het goed, hij vond altijd alles goed wat de moeder wilde. De grootmoeder vond het niet goed. ‘Gelukkig! Durf jij jouw kleine kind Gelukkig te noemen! Wat weet je vooruit!’’ (p. 22)
Op een afgelegen eiland, omringd door zee en stilte, leeft mevrouw Van Kleyntjes tussen herinneringen aan wat verloren is gegaan. De tienduizend dingen verhaalt in bloemrijke scènes over leven en dood en hoe schuld en liefde met elkaar verbonden zijn. Hoe gaan mensen om met verlies en op welke manier zal het verleden altijd blijven doorwerken in het heden?
Ronde 1: Quiz
Quizvraag
1. Waar speelt het grootste deel van de roman zich af?
2. Welke plaats vormt de directe leefomgeving van mevrouw Van Kleyntjes?
3. Welke functie heeft de posthouder op het eiland?
4. Met wie krijgt Constance een liefdesrelatie?
5. Welke herdenkingsdag staat centraal in het slothoofdstuk?
Antwoorden
1. op een klein eiland in de Molukken
2. de tuin Kleyntjes
3. Hij verzorgt de post en het contact met de buitenwereld
4. met een matroos
5. Allerzielen
Ronde 2: Vragenrondje
Wat vond je onduidelijk in De tienduizend dingen, wat begreep je niet zo goed? Formuleer om de beurt een vraag over de tekst en probeer samen tot een antwoord te komen.
Ronde 3: Discussie
Feest der herkenning?
Kaart 1/8 - Feest der herkenning?
1. Het eiland wordt vanaf het begin beschreven als een afgesloten wereld. Leg uit hoe deze afgeslotenheid het leven van mevrouw Van Kleyntjes beïnvloedt.
Kaart 2/8 - Feest der herkenning?
2. De tuin Kleyntjes speelt een belangrijke rol in het boek. Waarom kan deze tuin worden gezien als een spiegel van het innerlijk van mevrouw Van Kleyntjes?
Kaart 3/8 - Feest der herkenning?
3. De posthouder weet veel, maar zegt weinig. Waarom is zwijgen in dit hoofdstuk zo belangrijk?
Kaart 4/8 - Feest der herkenning?
4. In het hoofdstuk Constance en de matroos botsen twee levenshoudingen: blijven en vertrekken. Leg uit hoe dit conflict de relatie tussen Constance en de matroos bepaalt.
Kaart 5/8 - Feest der herkenning?
5. De professor probeert het eiland en zijn bewoners te begrijpen vanuit kennis en wetenschap. Waarom schiet deze benadering uiteindelijk tekort?
Kaart 6/8 - Feest der herkenning?
6. In meerdere hoofdstukken speelt de natuur een grote rol. Noem twee voorbeelden waarin de natuur leven en dood met elkaar verbindt.
Kaart 7/8 - Feest der herkenning?
7. De roman bevat verschillende verhalen van verlies (mevrouw Van Kleyntjes, Constance). Wat hebben deze verhalen met elkaar gemeen?
Kaart 8/8 - Feest der herkenning?
8. In het hoofdstuk Allerzielen komt mevrouw Van Kleyntjes tot aanvaarding. Wat verandert er wel, en wat verandert er juist niet aan haar leven?
Feest der herkenning?
Dit was het laatste kaartje!
Stof tot nadenken?
Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?
1. Het eiland fungeert in de roman bijna als een personage. In hoeverre bepaalt de plek het gedrag en denken van de personages?
Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?
2. In het boek wordt schuld niet uitgesproken, maar wel voortdurend gevoeld. Wat is het effect van dit zwijgen op de personages?
Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?
3. De roman De tienduizend dingen laat zien dat herinneringen blijven bestaan. Vind je dit een troostende of juist belastende gedachte? Licht je antwoord toe.
Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?
4. De relatie tussen Europeanen en de inlandse bevolking blijft afstandelijk. Wat zegt dit over de koloniale samenleving waarin het verhaal zich afspeelt?
Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?
5. De professor verlaat het eiland, terwijl mevrouw Van Kleyntjes blijft. Wat zegt dit verschil over hun verhouding tot het verleden?
Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?
6. In de roman ontbreekt een traditionele ontknoping. Vind je het einde bevredigend? Waarom wel of niet?
Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?
7. De titel verwijst naar alles wat bestaat. Hoe zie je deze gedachte terug in het leven van mevrouw Van Kleyntjes?
Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?
8. In hoeverre gaat deze roman volgens jou niet zozeer over één persoon, maar over de manier waarop mensen met verlies leren leven?
Stof tot nadenken?
Dit was het laatste kaartje!
Ronde 4: Oordeel
Geef De tienduizend dingen samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.
Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.