Spelregels

In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Er is geen vorm waarin ik pas van Erna Sassen. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:

  1. Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
  2. Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
  3. Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
  4. Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.

Inleiding

‘En toen was daar de mentor. Met zijn telepathie-app. Hij wist het. Ik had een burn-out. Of ik zat er op z’n minst tegenaan. ‘Te lange tijd te veel stress.’ Te perfectionistisch ingesteld, dat ook, maar dat vond hij verder niet zo’n punt, in tegenstelling tot mijn moeder.’ (p. 73)

Tessel doet het rustig aan. Volgens haar mentor zit ze tegen een burn-out aan en heeft ze al voldoende bewezen dat ze het gymnasium aankan. Ondertussen denkt ze terug aan haar omgang met docent P en wat er vorig jaar allemaal gebeurd is. Ook gaat ze regelmatig langs bij de moeder van de overleden Sanne, die even oud was als zij, om te praten over Sanne en dingen te vertellen die ze bij niemand anders kwijt kan. O, en ze moet ook een onderwerp voor haar profielwerkstuk inleveren. Gaandeweg leert Tessel dat fouten maken erbij hoort én dat niet alles haar fout is.

Ronde 1: Quiz



Quizvraag

1. Waaraan werkten P en Tessel samen?

2. In het boek vind je een verklaring voor de bijnaam van Tessels docent, Parcival, welke?

3. Hoe leert Tessel Sannes moeder kennen?

4. Wat wordt Tessels profielwerkstuk?

5. Hoe wil Tessel wraak nemen op P?

Antwoorden

1. aan het onderbouwtoneel; Tess was P’s assistent.
2. Parcival was de valse hond van de buren.
3. Ze spreekt Tessel aan in de schoenenwinkel.
4. een CD maken met zelfgeschreven liedjes
5. door op te nemen hoe ze seks met hem heeft

Ronde 2: Vragenrondje

Hieronder staan verschillende fragmenten uit het boek. Kies allemaal één fragment. Bedenk en noteer een vraag die je aan een van de personages zou willen stellen. Probeer samen antwoord te geven op die vraag.

• Hoe Tessel de moeder van Sanne ontmoet: ‘De moeder…later overleden.’ (p. 12 -13)
• Over het opruimen van Sannes kamer: ‘Wanneer ga…Nog niet!’ (p. 65 – 66)
• Tessel belt P na de première: ‘Vanaf vijf…Tess of Tessel.’ (p. 106 – 108)
• Tessel en P gaan samen zwemmen: ‘We reden …beter geweest.’ (p. 109 – 110)
• Tessel denkt na over haar moeder: ‘Ik keek …bijna huilen.’ (p. 164 – 165)

Ronde 3: Discussie



Feest der herkenning?

Kaart 1/8 - Feest der herkenning?

1. Tessel twijfelt elke keer of ze contact met Sannes moeder Evelien zal opnemen. Waarom twijfelt ze? Is dat begrijpelijk? Leg je antwoord uit.

Kaart 2/8 - Feest der herkenning?

2. Tessel voelt zich schuldig omdat ze P gestalkt heeft. Vind je haar gevoelens terecht en waarom?

Kaart 3/8 - Feest der herkenning?

3. Op p. 42 – 43 denkt Tessel na over vriendschappen en hoe mensen gemakkelijk afzeggen via WhatsApp. Herken je dat? Hoe zou ze anders om kunnen gaan met vrienden die afzeggen via WhatsApp?

Kaart 4/8 - Feest der herkenning?

4. Op p. 52 – 54 heeft Tessel voor het eerst ruzie, met de moeder van Sanne. Ze denkt erover na hoe dat komt. Hoe komt het dat ze nooit ruzie maakt? Waarom kan het met Sannes moeder wel?

Kaart 5/8 - Feest der herkenning?

5. Als Tessel op kraamvisite komt, reageert P heel afwijzend. In hoeverre kun je zijn reactie begrijpen?

Kaart 6/8 - Feest der herkenning?

6. Tessel bedenkt een ‘gemeen plan’ (p. 133) om wraak te nemen op P én op haar vriendin Zoë. Begrijp je dat? Wat zou jij gedaan hebben? Leg je antwoord uit.

Kaart 7/8 - Feest der herkenning?

7. Als Mattice belt en zegt dat Tessel weer naar school moet, doet ze dat meteen. Wat zegt dat over de band tussen Tessel en Mattice?

Kaart 8/8 - Feest der herkenning?

8. Kevin staat ineens weer voor Tessels deur. Hoe geloofwaardig vind je dat? Leg je antwoord uit.

Feest der herkenning?

Dit was het laatste kaartje!



Stof tot nadenken?

Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?

1. Parcival is een bekende historisch-literaire naam. Zoek op wie Parcival was en leg uit waarom de naam passend is als bijnaam.

Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?

2. Het boek bestaat uit vijf delen. Waarom heeft de auteur deze indeling gemaakt, denk je? Waar staat elk deel voor?

Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?

3. Is dit een dagboek? Bedenk twee redenen waarom je het wél een dagboek vindt en twee redenen waarom je dat niet vindt.

Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?

4. Het boek wordt afgewisseld met gedichten, die later liedteksten blijken te zijn. Wat is de rol van deze teksten in het verhaal?

Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?

5. Er zijn drie verhaallijnen in het boek: de geschiedenis met Parcival, de gesprekken met Sannes moeder en de zoektocht naar een PWS-onderwerp. Hoe hangen deze verhaallijnen samen?

Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?

6. Loopt het verhaal goed af voor Tessel? Waarom wel of niet?

Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?

7. Er zijn nogal wat personages die een kleine rol in het verhaal spelen. Bespreek er drie en vraag je af waarom ze nodig zijn voor het verhaal.

Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?

8. In deze recensie zegt de recensent: ‘Het is niet toevallig Evelien die Tessel doet beseffen dat ze niet perfect hoeft te zijn, en dat leren omgaan met mislukkingen minstens even waardevol is.’ Hoe leert Tessel dat en waarom van Evelien?

Stof tot nadenken?

Dit was het laatste kaartje!

Ronde 4: Oordeel

Geef Er is geen vorm waarin ik pas samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.

Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.

Leesclubs_respons