Spelregels
In deze leesclub discussieer je met een groepje van 4 tot 6 lezers over Menuet van Louis Paul Boon. Je doet dat aan de hand van kaartjes met vragen over de tekst. De leesclub begint met een korte inleiding, die een van de spelers voorleest. Daarna volgen 4 rondes:
- Ronde 1 bestaat uit 5 quizvragen over de tekst. Een van de spelers leest de vragen voor en alle spelers (inclusief voorlezer) schrijven hun antwoorden op een blaadje. Na het omdraaien van de laatste vraag verschijnen de juiste antwoorden in beeld. Daarna berekent iedereen zijn score.
- Ronde 2 is een algemeen vragenrondje over de tekst: de spelers benoemen om de beurt wat ze onduidelijk vonden en proberen samen een antwoord te vinden. Als de grootste onduidelijkheden opgelost zijn, begint ronde 3.
- Degene met de meeste goede antwoorden op de quizvragen mag als eerste een kaartje van de discussievragen omdraaien van een stapel naar keuze. Hij of zij geeft antwoord op de vraag, waarna de rest mag reageren. Vervolgens kiezen de overige spelers om de beurt een kaartje van een van beide stapels. Als een discussievraag herhaalt wat eerder in het gesprek al aan bod gekomen is, mag de speler die aan de beurt is een volgende kaart omdraaien. Dit gaat zo door totdat alle kaartjes omgedraaid zijn.
- Aan het einde van de discussie komen de spelers samen tot een oordeel over de tekst. In ronde 4 geven ze een oordeel uitgedrukt in sterren en motiveren zij hun keuze.
Inleiding
‘En wat het afschuwelijkste was: dat ik almeteens begreep hoe zij tot hem behóórde. Zij was van zijn ras, van zijn soort. Immer had ik verkeerd gedacht dat wij allen samen iets moeten bewerkstelligen. Elk van ons is een eiland, omsloten door verraderlijk water, en wat wij allen samen hebben bewerkstelligd is louter toevallig gebeurd – het kon net evengoed dit of iets totaal anders zijn geweest.’ (p. 144)
Een man, zijn vrouw en hun dienstmeisje bewegen zich door het huis, ieder met eigen levensvisies, gedachten en gevoelens. Ze leven met elkaar, maar vooral ook langs elkaar heen. De man loopt naar zijn werk in de vrieskelders, knipt krantenknipsels uit en observeert situaties met mensen aandachtig. Het dienstmeisje is op zoek naar avontuur, naar verstoring. De vrouw is een vrouw van daden en niet van woorden. Piekeren levert je niets op, je moet juist aan de slag. Eerst lees je hoe de man hun gezamenlijke leven ervaart, dan bekijk je dat leven door de ogen van het meisje en tot slot kijk je mee met de vrouw.
In deze leesclub ga je met elkaar in gesprek over de bijzondere vorm van dit verhaal. Welk effect heeft die vorm op jouw lezing? Waarom staan er fragmenten uit krantenberichten bovenaan iedere pagina? Wat leer je over de personages en hun onderlinge relaties doordat je hun leven vanuit verschillende hoeken bekijkt? Over die vragen gaan jullie met elkaar in discussie.
Ronde 1: Quiz
Quizvraag
1. Wat ruilt de man met het meisje?
2. Wie is de vader van de baby die geboren is?
Waar is de vrouw tegenaan gelopen, waardoor ze bewusteloos is geraakt?
In de oorlog stuurde de vrouw brieven aan haar man. Met welke aanhef begonnen haar brieven steeds?
Wat maakt en verkoopt de vrouw?
Antwoorden
1. Chromos (plaatjes in chocoladerepen)
2. De zwager van de vrouw
3. Een waslijn
4. Ze begonnen met ‘Mijn jongen’
5. Kinderkleding
Ronde 2: Vragenrondje
Wat vond je onduidelijk in Menuet, wat begreep je niet zo goed? Formuleer om de beurt een vraag over de tekst en probeer samen tot een antwoord te komen.
Ronde 3: Discussie
Feest der herkenning?
Kaart 1/7 - Feest der herkenning?
Stel je voor hoe de man, de vrouw en het meisje samenleven. Wat gaat volgens jou goed in dit huis en wat niet?
Kaart 2/7 - Feest der herkenning?
Je leest dit verhaal vanuit drie perspectieven: de man, het meisje en de vrouw. In welk personage kon jij je het best verplaatsen, wie begreep je het best?
Kaart 3/7 - Feest der herkenning?
Is de volgorde van de perspectieven (man – meisje – vrouw) voor jou nog van invloed op hoe geloofwaardig ieder personage op jou overkomt? Leg uit hoe de opbouw van de roman je beeld van ieder personage mede bepaalt.
Kaart 4/7 - Feest der herkenning?
De man is als soldaat actief geweest in de oorlog. Wat heeft deze ervaring volgens jou met hem gedaan, met die man die juist vooral nadenkt en piekert?
Kaart 5/7 - Feest der herkenning?
Het meisje lijkt neer te kijken op andere mensen om zich heen. Vind je haar wijzer dan de vrouw? Leg je antwoord uit.
Kaart 6/7 - Feest der herkenning?
De man lijkt een obsessie te hebben voor jonge meisjes. Dat blijkt uit zijn contact met meisjes op weg naar huis vanuit zijn werk, uit de krantenknipsels die hij verzamelt en natuurlijk uit zijn misbruik van het meisje. Wat vond jij van de manier waarop dat misbruik wordt verteld in deze roman? Leg uit hoe dat misbruik wordt veroordeeld of juist wordt goedgepraat door de personages?
Kaart 7/7 - Feest der herkenning?
De vrouw legt de val van de man uit als een poging tot zelfdoding. Hoe denk jij hierover?
Feest der herkenning?
Dit was het laatste kaartje!
Stof tot nadenken?
Kaart 1/8 - Stof tot nadenken?
Bekijk het citaat in de inleiding nog eens. In hoeverre blijkt volgens jou uit het boek dat het meisje en de man tot dezelfde soort behoren? Ben je het met die uitspraak eens?
Kaart 2/8 - Stof tot nadenken?
Bovenaan elke pagina staan woorden in hoofdletters. Om wat voor teksten gaat het hier en wat voegen ze toe aan het verhaal?
Kaart 3/8 - Stof tot nadenken?
In de drie delen bekijk je dezelfde situaties steeds vanuit een ander perspectief. Wat is er in de verhalen hetzelfde en wat is er anders?
Kaart 4/8 - Stof tot nadenken?
Het meisje vertelt over haar verwarring: ‘de wereld van god die alles in het duister geschapen heeft, en de wereld der wetenschap die alles in het schrille kunstmatige licht brengt.’ (p. 97) Wat bedoelt ze hiermee?
Kaart 5/8 - Stof tot nadenken?
Het boek is verdeeld in drie delen: De vrieskelder, Mijn planeet, Het eiland. Wat hebben deze drie plaatsbeschrijvingen met elkaar gemeen? Waarom passen deze namen goed bij de titel en het thema van het verhaal?
Kaart 6/8 - Stof tot nadenken?
Het deel van de vrouw eindigt met twee vragen. Waarom is dit opvallend en wat zou dit kunnen betekenen binnen het gehele boek?
Kaart 7/8 - Stof tot nadenken?
Een menuet is een statige dans, waarbij de dansers vaak met afstand tot elkaar bewegen. Waarom past deze dans bij dit verhaal?
Kaart 8/8 - Stof tot nadenken?
Toen dit boek verscheen in 1948 waren de reacties heel gevarieerd. Aan de ene kant reageerden recensenten (vooral gelovigen) erg negatief, maar anderen vonden het werk meesterlijk en roemden bijvoorbeeld de opbouw. Welke argumenten zullen beide partijen gehad kunnen hebben bij hun waardering van het boek, denk je?
Stof tot nadenken?
Dit was het laatste kaartje!
Ronde 4: Oordeel
Geef Menuet samen een waardering uitgedrukt in sterren. Beargumenteer vervolgens jullie keuze. Wat vonden jullie goed en wat juist minder goed? Heeft de discussie jullie individuele oordeel veranderd, en zo ja, hoe? Probeer voorbeelden en argumenten te halen uit jullie reacties op de discussievragen.
Heb je zelf een goede discussievraag die nog niet gesteld is? Vul die dan in, dan voegen wij de vraag aan een van de stapeltjes toe.